Melkverpakking en melkdistributie

Van Techniek in Nederland

Ga naar: navigatie, zoek

De flatbezorgingskwestie

De trage invoering van het melkpak in de jaren vijftig werd niet veroorzaakt door een ontoereikende kwaliteit of gebruiksproblemen, maar was het resultaat van het bestaande melkdistributiesysteem van de huis-aan-huisbezorging, waarbij huisvrouwen geen voordeel hadden van een nieuwe melkverpakking. Die huis-aan-huisbezorging kwam wel steeds meer ter discussie te staan. Aanleiding vormde de zogenaamde flatbezorgingskwestie. De toename van het aantal flatwoningen in Nederland bemoeilijkte de dagelijkse huis-aan-huisbezorging van flessenmelk (en de retouremballage).

De bezorgingskwestie trok de aandacht van Mansholt. In de memorie van antwoord bij de Landbouwbegroting 1958 meldde hij ‘(…)

De SRV-wagen is te beschouwen als de combinatie van een zelfbedieningswinkel op wielen thuisbezorgsysteem.

Zoals bekend ontstaan bij de afzet van consumptiemelk bij de bezorgers steeds grotere bezwaren tegen het, vooral bij de moderne woningbouw, bijzonder zware werk. De oplossing van dit probleem kan echter niet liggen bij een zwaarder belasten van de huisvrouw. Hier zal de bereidheid moeten bestaan tot het zoeken naar geheel nieuwe wegen en mogelijkheden, die bij de moderne samenleving aansluiten. Voorts kan in dit verband worden gedacht aan de moderne verpakkings- en conserveringsmethoden, die eveneens nieuwe mogelijkheden voor de afzet bieden.’[53]


Bezwaren tegen het loslaten van de melkbezorging

De zuivelindustrie toonde zich aanvankelijk huiverig voor liberalisering en het loslaten van de bezorging. ‘Met dit laatste is immers noch de huisvrouw noch de melkinrichting gediend. De huisvrouw niet omdat zij, als zij bijvoorbeeld twee kinderen heeft, dan iedere dag enkele kilogrammen melk over wie weet welke afstand in een tasje mee moet sjouwen en de melkinrichting niet omdat de huisvrouw, die een hekel heeft aan sjouwen, maar al te gauw geneigd zal zijn minder melk en waarschijnlijk vooral ook minder consumptiemelkproducten te gaan consumeren.’[54]

In 1958 besloot het bestuur van het Productschap voor de Zuivel melkbezorgers niet langer te verplichten om in flats melk huis aan huis te bezorgen.[55] Het productschap stelde voor de bezorging te beperken tot de centrale flatingang. Het Consumenten Contact Orgaan en de Nederlandse Huishoudraad vonden dit onacceptabel. In Schiedam leidde het besluit zelfs tot ‘schermutselingen’ tussen woedende flatbewoners en melkbezorgers. De consumenten eisten dat melkbezorgers weer melk zouden bezorgen aan de huisdeur. Als dat niet zou gebeuren, dreigden ze met de oprichting van een eigen verbruikscoöperatie. De zuivelindustrie schrok geweldig, ze vreesde dat dit initiatief in andere steden navolging zou krijgen.

De zuivelindustrie zocht naar oplossingen als de bouw van boodschappenliften en -kastjes in flats.[56] In oktober 1958 verzocht het Bedrijfschap Detailhandel in Melk de minister van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid de bouwvoorschriften in hoogbouw in deze zin aan te passen. De bewindsman liet hierop onderzoek uitvoeren naar mogelijkheden voor de bouw van goederenliftjes en boodschappenkastjes.[57] Hoewel goederenliftjes in flats voor de korte termijn een oplossing konden bieden, leken zelfbedieningswinkels echter een meer beloftevol en ‘modern’ distributiealternatief. Wat betreft het ontlasten van de melkbezorger leek het papieren melkpak verlichting te kunnen brengen.


Liberalisering

De pleidooien voor liberalisering van de handel kregen geleidelijk meer maatschappelijke weerklank. Zo vonden bijvoorbeeld alle betrokkenen binnen de werkcommissie ‘Huisvrouw en Verpakking’ dat de papieren melkverpakking alleen kans van slagen had wanneer - net zoals in het buitenland - naast melkslijters ook supermarkten en kruideniers verpakte melk zouden mogen verkopen. Dit werd uiteindelijk begin jaren zestig toegestaan.

Ondanks dat het Productschap voor de Zuivel met dit besluit akkoord was gegaan, was er binnen de zuivelwereld veel weerstand tegen. De Centrale Melkhandelaren Organisatie en het Nederlandse Verbond van Middenstandsverenigingen waren bang dat de nieuwe regeling zou leiden tot een toename van de distributiekosten voor de detaillist. Ook zou het verdwijnen van de huis-aan-huisbezorging schadelijk zijn voor de melkveehouderij en de volksgezondheid, aangezien huisvrouwen minder melk zouden kopen als ze daarvoor naar de kruidenier moesten.[58] De uitkomsten van een enquête onder zelfstandige melkhandelaren in 1964 bevestigde dit.[59]

Aandeel van de verschillende distributiekanalen in het totaal van de huishoudelijke aankopen van melk en melkprodukten, 1968 t/m 1974.

Door de liberalisering van de melkdistributie en door ‘melkprijsstunts’ van supermarkten als Dirk van den Broek werd de huis-aan-huisbezorging minder winstgevend en nam deze vanaf eind jaren zestig geleidelijk af.

Nadat in 1967 het ministerie van Economische Zaken het stunten met melkprijzen had verboden, leverde een toenemend aantal zuivelbedrijven direct aan supermarkten. In 1973 kwam een minimumprijs voor verpakte volle melk tot stand en in 1981 een soortgelijke regeling voor verpakte halfvolle melk. Deze regelingen ruimden de resterende barrières voor distributie via de supermarkt op.[60] De huis-aan-huisbezorging nam ook in omvang af met de schaalvergroting in de detailhandel door de opkomst van de zelfbedieningswinkel en de supermarkt.

De verkleining van winstmarges op melk die hierdoor ontstond, zorgde ervoor dat thuisbezorging van een beperkt assortiment aan zuivelproducten op den duur niet meer rendabel was.(zie tabel 7.1)

Het aandeel van melkverpakkingen in de totale melkafzet, 1958-1974.


Succes van het melkpak door complex van factoren

De melkdistributie via de zelfbedieningswinkel betekende ook de doorbraak voor het papieren melkpak. Aangezien huisvrouwen in toenemende mate naar de winkel moesten voor melk, werd de glazen melkfles voor zowel huisvrouw als detaillist een ‘last’. Het papieren melkpak was de oplossing. Het melkpak was lichter en stapelbaar in bijvoorbeeld de koelkast.

De uiteindelijke doorbraak van de papieren verpakking was dus het resultaat van een complex van factoren. De opmars van de zelfbedieningswinkels en de liberalisering van de detailhandel, een ruimere verspreiding van de koelkast, samenwerking tussen zuivelindustrie en detailhandel, prijsregulering van verpakte melk en de omvangrijke naoorlogse stadsuitbreidingen met hun hoogbouw waren onderdelen van dit complex. Bemoeienis van groepen en organisaties die zich opwierpen als woordvoerder van de consument bij de doorbraak van de verpakking, speelde een cruciale rol binnen dit geheel.(zie tabel 7.2)