De auto na 1945: Wederopbouw van het autoverkeer

Van Techniek in Nederland

Ga naar: navigatie, zoek

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het autoverkeer abrupt tot stilstand gekomen; gedurende de eerste drie jaar was het fiets- en wandeltoerisme weer opgebloeid, ditmaal geheel gericht op het eigen land. Na de oorlog werden alle vooroorlogse tendensen voortgezet, zij het, wat het autopark betreft, vanaf een aanzienlijk verlaagd aanvangsniveau, waardoor de motorfiets kortstondig qua aantallen weer overheerste.

De infrastructuur in de stad was niet berekend op de massale opkomst van de auto.
Het was de ANWB die als een bemiddelaar bij alle denkbare problemen rond de aanzwellende motorisering gedurende de wederopbouwfase optrad, of het nu de opkomende bromfiets en scooter (door de oprichting van De Bromfietskampioen en De Scooterkampioen) betrof, of het aan de kaak stellen van de zwarte handel in tweedehands auto's.[105]

De ANWB sprak zich uit tegen het nieuwe verschijnsel van het liften, parasiteren, (al maakte de Autokampioen een uitzondering voor militairen) en keurde het jonge "bermtoerisme" af als "fantasieloze, passieve recreatie". Bij het opkomende probleem van het parkeren in de stad propageerde de bond de (gratis) parkeerschijf en zette hij zich af tegen de (betaalde) parkeermeter, om zijn verzet pas begin jaren zestig op te geven, toen de steden de parkeerperikelen met de bouw van parkeergarages te lijf gingen.[106]


Het meest spande de bond zich echter in om de onderhoudstechnische infrastructuur rond de groeiende Nederlandse autovloot, met een steeds groter aandeel tweedehands auto's in twijfelachtige technische staat, op peil te houden. In april 1946 had de ANWB daartoe de Wegenwacht opgericht. Na twaalf en een half jaar actieve dienst, gericht op het oplossen van ruim 1 miljoen storingen en bijna 18.000 EHBO-gevallen (met de zondag als de piektijd bij uitstek), bleek het meest kwetsbare deel in de autostructuur de elektrische installatie, met 300.000 verrichte reparaties, op afstand gevolgd door problemen met de carburateur (176.000 maal) en de banden (168.000 maal).[107]


In zijn bemiddelaarsrol richtte de ANWB zich evenzovele malen tot de buitenwacht als tot de eigen gelederen, bijvoorbeeld met een pleidooi voor het aanschaffen van veiligheidsgordels. Met name in het geval van de verkeersveiligheid bleek hoezeer de leden wilden meedenken en zelfs meeconstrueren aan een kleine, zuinige en vooral veilige auto. Zo ontlokte de Autokampioen met

Na de tweede wereldoorlog kreeg het recreatieve uitstapje de vorm van het bermtoerisme.
de oproep om mee te denken over een veiliger auto, aan zijn lezers een stortvloed van suggesties: van remski's (die, onder de auto gemonteerd, bij het remmen in een spreidstand op de weg zouden moeten komen), schuifdeuren in plaats van openzwaaiende portieren en kussens ter bescherming van de inzittenden bij een ongeval (tientallen jaren vóór de invoering van airbags!), tot verbeterde dakconstructies, nieuwe koplichten, andere banden, rubberen stootranden rond de hele auto en de opmerkelijke psychologische tip om de auto's onveiliger te maken opdat de bestuurder zijn waakzaamheid zou verhogen.

Een en ander kon echter niet verhinderen dat het aantal verkeersslachtoffers schrikbarend bleef stijgen en het karakter kreeg van een nationaal probleem. Zelfs prinses Wilhelmina riep in 1955 in haar nieuwjaarstoespraak haar volk op, het "wilde" rijden te staken; geheel in de geest van de brokkenmakersbestrijding vroeg zij zich daarbij hardop af: "Gehoorzaamt de willoze motor niet uiteindelijk aan de innerlijke gesteldheid van zijn bestuurder?"[108]