Vroege autogeschiedenis (tot 1914): Benzine distributie vanaf 1904

Van Techniek in Nederland

Ga naar: navigatie, zoek
Afrekenen bij het pompstation.
In 1904 ging de ANWB zich bemoeien met de brandstofdistributie door een ANWB-keurmerk te ontwikkelen voor betrouwbare "bonds-benzinedepots". In korte tijd kelderde het aantal door de bond gesanctioneerde depots van 94 (stand van 1902) naar 28, maar al in 1905 omvatte de lijst weer 115 depots, een blijk van de maatschappelijke macht van de bond. Die depots waren over geheel Nederland verspreid, maar opmerkelijk was hun hogere dichtheid langs de grote rivieren en in een corridor die van de Randstad naar de Duitse grens liep [53]. Al in 1913 was Nederland bedekt met een netwerk van 1500 depots [54].


In 1909 sloot de ANWB een contract met de brandstofleverancier N.V. Acetylena, de twee jaar tevoren opgerichte verkoopmaatschappij van de Koninklijke/Shell. Met een marktaandeel in 1914 van 80%, bouwde de Koninklijke een distributie-infrastructuur op die aanvankelijk, vanaf de inrichting van een destillatiefabriek in Rotterdam in 1902, gebaseerd was op de drogisterijen. Van verkoop aan huis, gebruikelijk bij de verkoop van lampolie, zag de olieproducent vanwege het nog geringe aantal automobilisten af. De als "Autoline" op de markt gebrachte brandstof werd vooral in de grote steden afgezet. In 1914 bedroeg het verschil in afzet tussen Zuid-Holland en een provincie als Drenthe bijvoorbeeld een factor 40. Vanaf halverwege de jaren twintig "kroop [de Koninklijke/Shell] verder naar de consument toe" (en liep zij de ANWB voorbij) in de opbouw van een netwerk van benzinestations langs de rijkswegen [55].

Uit Automobilisme in Nederland: Prijzen motorbrandstoffen in guldens per 100 liter, inclusief BTW.