Vroege autogeschiedenis (tot 1914): Vooroorlogse elektrische auto's

Van Techniek in Nederland

Ga naar: navigatie, zoek
Vervanging van paarden in de Parijse taxivloot tussen 1898 en 1914.
Elektrische taxi van de tweede generatie van de Amsterdamsche Taxi Auto Maatschappij (Atax).
Terwijl de benzineauto zich bij uitstek leende voor het racen en toeren (en daarmee de traditie van de fiets?sport? voortzette), gebeurde het opzichtige "flaneren" met de auto in de stad met de elektrische auto, die daarmee de traditie van het koetsritje in het park en langs de boulevard voortzette. Dit laatste bleef echter in alle automobiliserende landen een subcultuur: op een zeer korte fase in de Verenigde Staten vóór 1900 na, kwam het aantal elektrisch
Vervanging van paarden in de Londense taxivloot tussen 1903 en 1914.
Aandeel van benzine en elektrisch aangedreven taxi's in de vloot van Atax tussen 1910 en 1927.

aangedreven auto's nergens boven de één tot twee procent van het autobestand uit, al waren er plaatselijk wel spectaculaire uitschieters, zoals Chicago, Berlijn en Amsterdam. In de laatste stad ontstond vanaf 1909 zelfs een kleine tachtig elektrische auto's omvattende taxivloot, die zeker tot de Eerste Wereldoorlog het hoofdstedelijke

straatbeeld domineerde [9]. Op landelijke schaal overschreed het aantal geregistreerde elektrisch aangedreven auto's echter nimmer de 150

Vervanging van paarden in de Berlijnse taxivloot tussen 1903 en 1914.
exemplaren[10].

Welke auto men echter ook gebruikte, hij maakte het mogelijk zich te onderscheiden, juist op het moment dat de fiets, die deze functie eerder had vervuld voor de hogere burgerij, een massavervoermiddel begon te worden.