Korenmolenaar als beroep

Van Techniek in Nederland

Ga naar: navigatie, zoek
Regel 1: Regel 1:
 
'''Het ambacht'''
 
'''Het ambacht'''
 
+
[[Afbeelding:TIN19_blz100.JPEG|thumb|300px|right|De molenaar, een knecht en een jongen staan hoog boven de huizen op de omloop van de Amsterdamse molen De Gooyer
 +
]]
 
Het malen van graan was een ambachtelijke activiteit. Het vereiste vaardigheden die de korenmolenaar verwierf door jarenlange oefening in de praktijk. In vele gevallen ging het bedrijf over op de zoon van de molenaar, die tevens als leermeester optrad. Nederland kende talrijke geslachten waarin het ambacht van korenmolenaar werd voortgezet, soms tot ver in de twintigste eeuw. De molen was gepacht of eigen bezit, eventueel samen met een compagnon. Het bedrijf was een typisch kleinbedrijf. De molenaar werd bijgestaan door één of enkele knechts. Stond hij er alleen voor, dan werkte zijn vrouw mee.
 
Het malen van graan was een ambachtelijke activiteit. Het vereiste vaardigheden die de korenmolenaar verwierf door jarenlange oefening in de praktijk. In vele gevallen ging het bedrijf over op de zoon van de molenaar, die tevens als leermeester optrad. Nederland kende talrijke geslachten waarin het ambacht van korenmolenaar werd voortgezet, soms tot ver in de twintigste eeuw. De molen was gepacht of eigen bezit, eventueel samen met een compagnon. Het bedrijf was een typisch kleinbedrijf. De molenaar werd bijgestaan door één of enkele knechts. Stond hij er alleen voor, dan werkte zijn vrouw mee.
 
Het kleinbedrijf maakte een verregaande opsplitsing van taken niet mogelijk. De molenaar vervulde derhalve naast het malen van graan vele andere taken. Zo behoorde ook het onderhoud van de molen tot zijn werk. Kortom, de molenaar behoorde vaardig te zijn in houtbewerking. Hamers, beitels, een zaag, een fijne houtvijl, een duimstok en enkele andere gereedschappen vond men op iedere molen. De molenaar deed zoveel mogelijk zelf. Alleen voor het grote herstelwerk werd de molenmaker ingeschakeld.
 
Het kleinbedrijf maakte een verregaande opsplitsing van taken niet mogelijk. De molenaar vervulde derhalve naast het malen van graan vele andere taken. Zo behoorde ook het onderhoud van de molen tot zijn werk. Kortom, de molenaar behoorde vaardig te zijn in houtbewerking. Hamers, beitels, een zaag, een fijne houtvijl, een duimstok en enkele andere gereedschappen vond men op iedere molen. De molenaar deed zoveel mogelijk zelf. Alleen voor het grote herstelwerk werd de molenmaker ingeschakeld.

Versie op 20 jul 2007 15:49