Aardbeien in de winter

Van Techniek in Nederland

Ga naar: navigatie, zoek

Greet Labes (1942), groenteverkoopster:


In 1962 hebben mijn man Toon en ik de winkel overgenomen. Midden in de winkel stonden drie grote aardappelbakken. We verkochten voornamelijk blikken sperziebonen, kapucijners en appelmoes. Mensen aten toen heel veel blik. Want in de jaren zestig kon jij geen pond sperziebonen kopen. Dat was er niet. Andijvie ook niet. Je had koolsoorten; boerenkool, savooienkool, witte, groene en rode kool en wat nu echt winterkost is zoals spruitjes, koolraap, bietjes, wortelen en uien.

In de jaren zeventig gingen wij groenten leveren aan een chique restaurant. Dat restaurant had hele exclusieve dingen nodig zoals haricots verts, mango’s, truffels en artisjokken, dus Toon ging die bijzondere dingen zoeken bij de markthallen. Een beetje daarvan legden we meteen in de winkel. Onze klanten gingen dat toch nemen. Zo zijn wij min of meer vanzelf een specialistische groentezaak geworden.

In 1982 hebben we de winkel verbouwd en zijn we naast groente ook melk, boter, wijn, eieren, olijfolie etcetera gaan verkopen, eigenlijk alles wat je ook in de supermarkt kon krijgen. Dat moest ook wel, want in die tijd verdwenen alle kleine winkeltjes uit de buurt.

Onze exclusieve producten verkochten we een paar jaar geleden makkelijker dan nu. Albert Heijn verkoopt tegenwoordig ook zeekraal, roquetsla en oesterzwammen. Dat kwam men eerst van heinde en ver bij ons halen.

Greet Labes (1942), groenteverkoopster.

Het is tegenwoordig toch een yuppiegebeuren in de stad, iedereen werkt en ze hebben allemaal goeie lonen en ze willen lekker makkelijk. De trend is om alles al kant en klaar in de koeling te hebben. Als mijn jongens Edwin en Richard de zaak straks overnemen, dan gaan zij ook bakjes met aardappelschijfjes in room en zulk soort dingen verkopen. Ik maak zelf eenvoudige dingen als hutspot, salades en jam klaar en die vliegen werkelijk over de toonbank. Maar dat is hele intensieve arbeid en nog meer wil ik eigenlijk niet doen want dan ben ik nooit meer vrij.

Onze klantenkring is door de jaren heen enorm veranderd. De Haarlemmerhouttuinen was vroeger een katholieke buurt en daar woonden hele grote gezinnen. Die kwamen bij ons kopen omdat ze wisten dat Toon ook katholiek is. We hadden toen een eenvoudig assortiment, maar we verkochten daar grote hoeveelheden van. Eigenlijk hebben we toen een boel geld verdiend.

De seizoenen zijn helemaal verdwenen. Raapstelen waren vroeger echt een voorjaars- en een najaarsproduct. Als die weer kwamen, dan was iedereen daar opgetogen over. Nu is dat niet meer. Mensen van mijn generatie kopen geen aardbeien uit Chili in de winter. Dat vinden ze onnatuurlijk. Maar daar kunnen wij niet meer bij stil blijven staan.

Na de verbouwing in 1982 kregen we veel meer werk. Toen begonnen we met al die voorgesneden groenten. Door de trend van lekker makkelijk neemt mijn werk nog steeds toe. Vroeger kwam ik om negen uur of half tien in de winkel en nu sta ik al om kwart over zeven te snijden en te koken.

In 2002 gaan Toon en ik met pensioen. Edwin en Richard nemen de zaak over, maar we zullen ze vast nog wel eens een handje helpen.