Biotechnologie en functional foods

Van Techniek in Nederland

Ga naar: navigatie, zoek

Biotechnologie en functional foods[9]

Een manifestatie op het binnenhof waarbij politici worden getest op hun kennis van de genetische structuur is de veredelingsindustrie.

Onder de noemer van novel foods en functional foods worden innovatieve producten ontworpen, waarvoor tevens nieuwe en intensieve overlegstructuren (een nieuw middenveld!) in het leven zijn geroepen. Dit middenveld is van groot belang voor de discussie over de ethische grenzen voor de productie van ‘genetisch gemodificeerde voedingsmiddelen’, de jongste loot aan de stam van de zogeheten novel foods.[10]


Novel foods

Onder novel foods verstaan producenten, overheid en voedings(des)kundigen een brede categorie ‘voedingsmiddelen (of ingrediënten daarin) die in vorm of omvang niet eerder geconsumeerd zijn en/of volgens een innovatief concept geproduceerd zijn’.[11] Novel foods werden in 1992 door het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij als volgt gerubriceerd: - genetisch gemodificeerde voedingsmiddelen; - ingrediënten, geproduceerd door genetisch gemanipuleerde organismen; - voedingsmiddelen of voedselingrediënten die relevante hoeveelheden gewijzigde bestanddelen bevatten; - grondstoffen of ingrediënten van plant- en diersoorten die nog niet voor de voeding van de mens zijn gebruikt; - voedingsmiddelen waarvoor de overheid een, vanwege hun bijzondere karakter, toetsing vooraf nodig vindt.

Bij de nieuwe voedselingrediënten valt te denken aan enzymen, hormonen, gisten, zoetstoffen en vetvervangers, maar ook aan aromastoffen.[12] Genetisch gemodificeerde voedingsmiddelen zijn met recombinant-DNA -technieken verkregen, dat wil zeggen door doelgerichte transformatie van één of meer erfelijke eigenschappen van micro-organismen, planten of dieren.[13] Met name in de agro- en voedingsmiddelenindustrie alsmede de farmaceutische industrie kan deze techniek volgens de ontwikkelaars veel voordelen bieden, zoals vereenvoudiging en kostenverlaging van de productie en geringere belasting voor mens en milieu.

De techniek zou volgens een toekomstverkenning van de overheid kunnen bijdragen aan een duurzame mondiale voedselvoorziening in ‘2040’, bijvoorbeeld met de ontwikkeling van vleesvervangers, novel protein foods genoemd.[14]


Hoewel de toepassing van biotechnologie in het verlengde ligt van toepassingen van biologische transformatieprocessen met een lange traditie, zoals het maken van wijn en kaas, doen zich tal van nieuwe onzekerheden voor, waarover het maatschappelijk debat al volop is losgebroken. De vraag wat (on)wenselijke eigenschappen zijn en voor wie alsook de vraag naar de effecten op lange termijn zijn vooralsnog onbeantwoord.

Voorstanders benadrukken dat op korte termijn aan alle eisen van veiligheid is voldaan. Tegenstanders zoals de internationaal opererende milieuorganisatie Greenpeace laten geen gelegenheid ongebruikt om publiek en overheden ervan te overtuigen dat grootschalige toepassing in de eerste schakels van de voedingsmiddelenketen ertoe leidt dat de soortendiversiteit van bijvoorbeeld landbouwgewassen sterk afneemt. Bovendien zouden genetisch gemodificeerde (critici spreken van ‘gemanipuleerde’[15]) grondstoffen via de keten zonder dat consumenten erom vragen of het zelfs weten in vele producten terecht kunnen komen.[16]

Uit onderzoek blijkt dat consumenten in hun opvattingen over de toelaatbaarheid van biotechnologie verschil maken tussen enerzijds modificatie van micro-organismen, planten en dieren en anderzijds de doelstelling van de ingreep. Voor medische doeleinden achtten ondervraagden biotechnologie eerder toelaatbaar dan voor voedselproductie, terwijl genetische modificatie van dieren voor hen onacceptabel is.[17]


Gensoja

Het eerste grootschalig te verwerken gen(bulk)product dat voor import in Nederland werd vrijgegeven (in 1996) door het ministerie van Welzijn, Volkshuisvesting en Cultuur, bestond uit genetisch gemodificeerde sojabonen.[18] Voor de voedingsmiddelenketen en het assortiment is de grondstof soja van buitengewoon groot belang.

Het gebruik van sojabonen, -olie en -eiwit in voedingsmiddelen.
De bonen dienen niet alleen voor het maken van tahoe, tempeh en andere vleesvervangers, maar zijn een van de voornaamste bronnen van plantaardige olie en eiwit. Van soja worden diverse halffabrikaten gemaakt, die op hun beurt in ongeveer 10.000 voedingsmiddelen worden verwerkt (zie tabel 10.1). Nederland is de grootste importeur en verwerker van de Europese Unie en voert per jaar ongeveer 4 miljoen ton sojabonen in, waarvan de helft afkomstig is uit de Verenigde Staten.

De genetische modificatie bestaat uit een ingebouwde resistentie tegen het onkruidbestrijdingsmiddel glyfosaat, hetgeen een besparing van 30% van dit middel oplevert. Kwaliteit, samenstelling en smaak van de sojaproducten zijn gelijk aan die van de soja zonder ingreep.

Bij de introductie van deze gensoja stonden producenten (Produktschap voor Margarine, Vetten en Oliën) voor het probleem hoe consumenten te informeren over de onmerkbare modificatie. Etikettering kon vanuit hun optiek geen oplossing bieden omdat het een bulkproduct betreft waarbij gensoja en ‘natuurlijk’ soja met elkaar worden vermengd. Samen met overheid, industrie, detailhandel, consumenten- en milieuorganisatie werd besloten tot een grootscheepse informatiecampagne via bladen en speciale telefoonnummers van elk van de deelnemende organisaties.

Ondanks deze inspanningen bleek de argwaan van het publiek tegen gemodificeerde soja en andere GGO’s groot. Twee jaar later bleek de acceptatie van gentechnologie in voedselproductie gering en gaven consumenten desgevraagd in meerderheid de voorkeur aan ‘natuurlijke’ productiemethoden.[19]

Bedrijven en supermarkten besloten daarop in het voorjaar van 2000 producten waarin met gentechnologie geproduceerde ingrediënten zaten, zoals in ijs, pizza’s en enkele andere courante artikelen, uit de productie en het assortiment te verwijderen.[20] Bovendien is etikettering voor producten met meer dan 1% GGO-materiaal binnen de EU verplicht. Dit betekent een overwinning voor de groepen die ‘gentechvrij’ willen eten. Hoe voorlopig deze overwinning zal zijn, zal de toekomst leren. Zeker is dat de keuzes van consumenten een belangrijke factor zullen blijven vormen.


Functional foods[21]

De term functional foods is ook in Nederlandse kringen van onderzoekers en producenten gebruikelijk geworden en omvat een brede groep producten die specifiek zijn ontworpen (designed) om de gezondheid te bevorderen. Voorbeelden zijn cholesterolverlagende zuivelproducten, met vitamines en mineralen verrijkte ontbijtgranen, energiedranken en talloze meer.

De schaal waarop producten met (medische en) gezondheidsclaims rond het jaar 2000 op de markt komen, is na de Warenwetswijzigingen van 1994 en 1996 sterk gegroeid. Met deze nieuwe regelingen zijn vitaminepreparaten en de toevoeging van microvoedingsstoffen vrijgegeven, waarmee Nederland zich heeft moeten aanpassen aan de liberalere regelgeving in de Europese Unie. Dit betekende een breuk met het verleden.

Het principieel restrictieve beleid inzake ‘gezondheidsbevorderende’ toevoegingen dat hier te lande altijd gebruikelijk was, is hiermee losgelaten. Fabrikanten hebben onmiddellijk op deze nieuwe situatie gereageerd door een grote hoeveelheid voedingssupplementen en functional foods met gezondheidsclaims te ontwerpen. Medische claims zijn voor deze producten verboden; ook ‘klinische voeding’ (de noodzaak tot ziektespecifieke voeding is omstreden[22]) valt onder de Warenwet en niet onder de Wet op de Geneesmiddelen. Gezondheidsclaims zijn echter in principe toegestaan, maar de onduidelijke grenzen tussen beide typen claims en de bijbehorende wetgeving geeft aanleiding tot tal van problemen en dilemma’s.[23] Een complex terrein in voortdurende beweging.

Functional foods liggen in het verlengde van door artsen voorgeschreven diëten voor zieken (curatief) en het behoud van gezondheid voor gezonden (preventief), welke praktijk een lange traditie kent. Grensoverschrijding tussen voeding en medicijnen is daarmee niet geheel nieuw, maar de schaal waarop dat nu gebeurt wel. Kunnen vitaminepillen nog als vrij verkrijgbare ‘gezonde’ aanvullingen op de gewone voeding worden gezien, functional foods vervangen de variatie aan gebruikelijke voedingsmiddelen met de belofte van een betere gezondheid.

Het gezondheidsbewustzijn van consumenten is in de laatste jaren van de eeuw zodanig verhoogd, dat de verkoopbaarheid van functional foods verzekerd lijkt. Producenten zijn in de twintigste eeuw echter bijzonder gevoelig geworden voor de publieke opinie en zo heeft zich een omvangrijke discussie ontsponnen met overheid, voedingswetenschappers en consumentenorganisaties over (zelf)regulering, controle en onderbouwing van de betreffende claims. Definiëring en legitimering van de aard en werking van voedingsmiddelen blijven problematisch. Werd aan het eind van de negentiende eeuw gehamerd op hygiëne bij de productie, bewerking en bereiding van voedsel, een eeuw later zijn deze kwaliteiten van voedsel opnieuw hot issues.[24]