De opmars van de ondergisting

Van Techniek in Nederland

Ga naar: navigatie, zoek

In de loop van de jaren zeventig en tachtig werden ook buiten het westen van het land brouwerijen opgericht die met de ondergistende methode werkten. Soms waren het net als Heineken bestaande bedrijven die overstapten, in andere gevallen waren het nieuw-gestichte ondernemingen, zoals de Amstelbrouwerij.


Limburg

Een bedrijf van dit tweede type was ook Ruttens Bierbrouwerij De Zwarte Ruiter in Maastricht, die volgens sommige bronnen al direct bij de oprichting in 1871 ondergistend bier was gaan brouwen. Om te rijpen werd het bier van De Zwarte Ruiter naar Duits voorbeeld aanvankelijk ondergronds opgeslagen, namelijk in de grotten van de Sint Pietersberg, maar al spoedig kocht de brouwerij een koelmachine.[72]

Phoenix bier affiche

Met Duits kapitaal gingen in Limburg later nog enkele brouwerijen voor ondergistend bier van start. Een voorbeeld van zo'n bedrijf was de Valkenburgse brouwerij De Leeuw, die in 1886 werd opgericht als filiaal van een in Aken gevestigde firma. De Leeuw richtte zich aanvankelijk op de export van Dortmunder bier naar Indië, maar mede in verband met de toenemende concurrentie daar ging men geleidelijk een steeds groter deel van de productie in Limburg afzetten. Na de liquidatie van de Duitse hoofdvestiging in 1920 ging De Leeuw zelfstandig verder.[73]


Andere regio's volgen

Ook in plaatsen als Amersfoort (Amerfoortsche-Beijersch - later Phoenix - Bierbrouwerij, 1873), Utrecht, Almelo, Haarlem en Den Haag kwamen nieuwe ondergistende brouwerijen tot stand. In Amsterdam, waar de biernijverheid toch al zeer ruim was vertegenwoordigd, werden in de jaren tachtig nog twee grote 'Beijersche' brouwerijen, 't Haantje en de Deli Brouwerij, opgericht.

In het zelfde tijdvak schakelden eveneens al bestaande bedrijven in onder andere Deventer (de Davo-brouwerij van B. en W.H. Cost Budde en Arnhem (Stoombierbrouwerij De Kroon van Werthemann en Türstig) over op het brouwen van ondergistend bier. Ook een gerenommeerd traditioneel bedrijf als De Gekroonde Valk werd geconfronteerd met de veranderende gewoonten in smaak. In het jaarverslag over 1882 stond voor het eerst vermeld dat

'de concurrentie moeyelijk [is] tegen over de vele Duitsche bieren.' [74]

Enkele jaren later ging De Gekroonde Valk ook laaggistend bier brouwen. Om de diverse uitbreidingen te financieren werd het bedrijf van de familie Van Vollenhoven in 1893 omgezet in een nv met een aandelenkapitaal van f 550.000.


Noord-Brabant

Opmerkelijk is dat een bij uitstek bierbrouwende en bierdrinkende provincie als Noord-Brabant lang verstoken bleef van een groot met de ondergistende methode werkend bedrijf. Pas in de zomer van 1887 schakelde de Bredase bierbrouwerij De Drie Hoefijzers over op productie van 'Beijersch' (Pilsener en Dortmunder) bier. Het bedrijf was toen met 55 werknemers de grootste brouwerij van de provincie.[75]

Tegelwand met bierbrouwerij Breda

De voornaamste oorzaak van deze ontwikkeling is waarschijnlijk te vinden in de structuur van de biernijverheid in Brabant. De grote aantallen kleine brouwerijen waren niet in staat op eigen kracht te investeren in vernieuwingen en tot samenwerking kwam men al evenmin. Externe financiers lieten het, mogelijk afgeschrikt door het ambachtelijk karakter van de bedrijfstak in de provincie, eveneens afweten.

Het resultaat was dat vooral na de Eerste Wereldoorlog, toen het ondergistend gebrouwen bier de markt ook in Brabant in hoog tempo veroverde, veel kleine brouwers het veld moesten ruimen.


Samenvattend

kan men zeggen dat de verbreiding van de ondergistende brouwmethode in Nederland in de eerste plaats werd bepaald door de verandering in smaak. Zoals in het gedicht van Piet Paaltjens doorklinkt, ondervond het Beiersch Bier eerst bij een deel van de maatschappelijke bovenlaag en later ook in bredere kring grote waardering.

De wettelijke belemmeringen om in eigen land op een concurrerende wijze kwalitatief goed bier te brouwen, werden aan het eind van de jaren zestig grotendeels opgeruimd. Hierna gingen in Amsterdam de eerste met de laaggistende methode werkende bedrijven van start.

Het waren voor die tijd 'moderne' bedrijven met een in verhouding tot de traditionele brouwerijen groot kapitaal, een ver doorgevoerde mechanisatie en een relatief klein aantal arbeiders. Het succes van de pioniers -de Koninklijke Nederlandsche Beijersch Bierbrouwerij, Heineken, De Amstelbrouwerij en De Zwarte Ruiter - leidde spoedig tot navolging.

Voor de financiering van nieuwe ondernemingen met ondergisting richtte men vaak een Naamloze Vennootschap op.

Mede door het op de markt brengen van het zwakkere en goedkopere Lager bier was rond 1900 het pleit al grotendeels in het voordeel van het 'Beijersch' bier beslecht. Ondanks de technische verbeteringen die enkele grote brouwerijen, zoals d'Oranjeboom, bij de bereiding van bovengistend bier doorvoerden en die vooral de houdbaarheid en helderheid ten goede kwamen, nam de consumptie daarvan gestadig af.