Melkpak opnieuw ter discussie

Van Techniek in Nederland

Ga naar: navigatie, zoek

Milieubezwaren: afvalproblemen, gebruik van schaarse grondstffen en energieverbruik

Gelijktijdig met de opmars van het melkpak groeide ook de aandacht voor milieuvervuiling. De eenmalige verpakking riep nu opnieuw weerstand op. Producenten en grootgebruikers van eenmalig verpakkingsmateriaal liet dit niet onberoerd. ‘Wanneer nu bekend is, dat 1/3 deel van het huishoudelijk afval bestaat uit verpakkingen, dan is het begrijpelijk, dat juist die industrieën, die hun producten verpakt aan de consument afleveren, zich dienen te verdiepen in de problematiek van verpakkingsafval. Dat zo’n industrie ook de consumptiemelkindustrie is, behoeft nauwelijks betoog.’[61]

De Stichting Verpakking en Milieu, een initiatief van producenten en industriële gebruikers van eenmalig verpakkingsmateriaal, verzocht de Centrale Verpakkingscommissie van de zuivelindustrie om onderzoek te verrichten naar economische en milieuvriendelijke manieren van verwerking en vernietiging van gebruikt eenmalig verpakkingsmateriaal.[62] De Centrale Verpakkingscommissie becijferde dat het aandeel van het melkverpakkingsafval in het totaal van het stedelijke afval en in het totaal van het verpakkingsafval in 1970 gering was, respectievelijk 0,4 en 1,3%(zie tabel 7.3).[63]


Omvang van het aandeel van melkverpakking vergeleken met de omvang van verpakkingsafval in Nederland, 1970.

Volgens de Centrale Verpakkingscommissie leverde de verwerking van het melkverpakkingsafval geen enkel milieuprobleem op, hoewel de verbranding van kunststoffen met een twee tot drie maal hogere calorische waarde dan gewoon papier, hogere eisen stelde aan de capaciteit van de verbrandingsinstallaties. Het melkverpakkingsafval dat wél een milieuprobleem vormde, was volgens de Centrale Verpakkingscommissie het zwerfvuil. Volgens de commissie zou een grootscheepse opvoedingscampagne een oplossing hiervoor zijn.

Ook het gebruik van schaarse grondstoffen, het energieverbruik en de samenstelling van verpakkingsmateriaal kwam in de aandacht te staan; de overheid speelde hierbij een belangrijke rol. Zo zette ze in het midden van de jaren zeventig de eerste voorzichtige stappen in de richting van een verbod op de verwerking van bepaalde materialen en grondstoffen in (eenmalige) verpakkingen en stimuleerdeze retoursystemen voor bijvoorbeeld ‘wegwerpflessen’.[64]

Vooral de milieuargumenten leidden van het retoursysteem leidden tot de glasbak en de statiegeldflessen.

Symbool van verspilling en vervuiling blijft overeind

De maatschappelijke discussie over omvang en samenstelling van het huisvuil en het grondstoffen- en energieverbruik zorgde voor een herwaardering van de glazen melkfles. Het melkpak werd symbool van grondstoffen- en energieverspilling en milieuvervuiling.

De zuivel- en de verpakkingsindustrie verweerden zich met onderzoek en publicaties waaruit het tegendeel zou moeten blijken. Het melkpak zou meer voor- dan nadelen opleveren in vergelijking met de melkfles, waarvan de productie, de inname, de reiniging en de afvalverwerking meer energie zouden vergen dan de productie en vernietiging van het melkpak. Bovendien zou de reiniging van de glazen melkfles meer afval (koelwater- en reinigingswater) opleveren dan de productie en de verbranding van de eenmalige ‘kartonnen’ verpakking bij elkaar. Kartonnen melkverpakking leverde verder een kwalitatief betere en meer smaakvolle melk op dan glazen melkverpakking, vooral omdat kartonnen melkverpakking het zonlicht geen kans gaf om in te werken op de voedingswaarde, de smaak en het vitaminegehalte van melk.[65]

Hoewel het eenmalige papieren melkpak milieu-economisch dus kon concurreren met de melkfles, had de glazen melkfles het maatschappelijk tij mee. Tal van innovaties op het gebied van de ‘retourfles’ waren in de jaren tachtig en negentig het gevolg. De glasbak deed zijn intrede, evenals het gerecyclede glas, de lichtgewicht glazen fles en de lichtgewicht polycarbonaat fles met statiegeld.

Desondanks wist het papieren melkpak zijn dominante positie te behouden op basis van zijn prijs, gebruiksgemak en inbedding in supermarktdistributie en gebruikerspraktijk. Omdat de nieuwe flessenmelk een andere - in de zin van een meer bewuste en een meer tijdsintensieve - gebruikspraktijk vergde van flessenreiniging, -retournering en –statiegeldinning, kreeg zij niet het brede maatschappelijke draagvlak zoals het papieren melkpak dat in de jaren vijftig en zestig had gekregen. De nieuwe flessenmelk bleef mede daardoor een nicheproduct.


Wegwerpverpakkingen

De opkomst van de papieren verpakking stimuleerde fabrikanten vernieuwingen aan te brengen op het gebied van glas en blik. Door toepassing van nieuwe glastechnieken ontwikkelde de industrie flessen met veel dunnere glaswanden. Toepassing van dunner glas maakte flessen zo goedkoop dat een retoursysteem met statiegeld niet langer rendabel was; fabrikanten en detaillisten werden daarmee verlost van het dure en arbeidsintensieve retoursysteem. Dit was ook de reden dat bierbrouwerij Oranjeboom in 1964 de wegwerpfles op de Nederlandse markt introduceerde. De brouwerij kreeg echter veel kritiek van onder andere de ANWB en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. De wegwerpfles kon gemakkelijk zwerfvuil worden.

Ook het Bedrijfschap Frisdranken stond niet te juichen. Niet omdat het tegen nieuwe flesverpakkingen was, maar omdat het bang was dat toepassing van nieuwe en goedkope verpakkingen de prijsconcurrentie tussen frisdrankfabrikanten zou stimuleren. Om iets dergelijks te voorkomen, was in 1963 juist een statiegeldverplichting ingevoerd die gebruikers van ‘traditioneel’ glas diende te beschermen tegen gebruikers van nieuw en goedkoper glas. De statiegeldverplichting en de kritiek op de milieuvervuilende wegwerpfles remden de invoering van de eenmalige glazen fles op de Nederlandse markt.[66] De glasindustrie zocht naar oplossingen. In 1981 richtte ze de stuurgroep Promotie Glasbak op. Deze stuurgroep heeft haar huiswerk goed gemaakt: het kringloopsysteem via de glasbak werd een groot succes.