Noten H5

Van Techniek in Nederland

Ga naar: navigatie, zoek


Hoofdstuk 5 Titel

  • [1] Zie Van de Laar, Stad van formaat, 339 en GAR, Archief Bureau Havenbeheer, inv. 220, ongedateerd stuk en Brief van de voorzitter aan de leden van de stukgoedcommissie van 20 oktober 1926.
  • [2] Voor het regime begrip en het onderscheid tussen massa-goed en stukgoed verwijzen we naar hoofdstuk 4.
  • [3] Zie bijvoorbeeld F. Muller van Braker, ‘Laden en lossen op vrachtschepen’, De Ingenieur 29 nr. 19 (8 mei 1915), 402-406 nr. 33 (14 augustus 1915) 666-675 en J. Hofstede, ‘De scheepvaart van de toekomst. Beschouwing over een nieuwe wijze voor het laden, lossen en overschepen van stukgoederen, met een schets van de eventueele gevolgen voor Nederland’, Het Schip 13 nr. 15 (17 juli 1931) 189-191.
  • [4] AECT, inv. 24766 901 (archief Thomsen), Documentatiemap XIII, New Methods, Leaving cargo in sling, Notitie laden/lossen, circa 1934.
  • [5] Zie kader voor bronvermelding.
  • [6] Zie hoofdstuk 4.
  • [7] N.Th. Koomans, ‘De haven en haar outillage’ in: J. Schraver (red.), Rotterdam de poort van Europa (Rotterdam en Antwerpen 1946) 157-158
  • [8] J.E. de Vries, Hijschwerktuigen (Haarlem 1947) 4e druk Deel II , 53-59. [1] Zie o.a. GAR, AGEM, doos 460, Verslag GEM over 1921.
  • [9] Zie o.a. GAR, AGEM, doos 460, Verslag GEM over 1921.
  • [10] Voor deze alinea, zie: F.M.M. de Goey, Ruimte voor industrie. Rotterdam en de vestiging van industrie in de haven (Delft 1990) 45-56.
  • [11] Het navolgende is gebaseerd op De Goey, Ruimte voor industrie en mondelinge mededelingen van deze auteur.
  • [12] GAR, Archief Müller & Co. (verder AMÜ), inv. 1817, Fred D. Vines (chief engineer Hanna Company), ‘The Muller-Hanna ore-handling installation at the port of Rotterdam’, artikel in een onbekend tijdschrift, waarschijnlijk eind 1958 of begin 1959.
  • [13] L.P. de Stoppelaar (Hoogovens), ‘Müller-Hanna’s overslag- en opslagbedrijf “Botlek”’, De Ingenieur 71 nr. 15 (10 april 1959) W 79.
  • [14] Voor dit en het navolgende, zie: GAR, AMÜ, inv. 1815, Afdeling Rederij/Technische Dienst, Notitie ertsoverslagbedrijf, 28 november 1955.
  • [15] GAR, AMÜ, inv. 1815, Verslag van het bezoek van mr. F. Vines, Chief Engineer van M.A. Hanna Coal & Ore Company te Cleveland, Ohio, 17 januari 1956.
  • [16] De rest van deze alinea is gebaseerd op een gesprek met J. Verschoof, sedert 1949 werkzaam bij Conrad Stork/Nelcon, op 8 september 1999 en op De Stoppelaar, ‘Müller-Hanna’, W79-84.
  • [17] Voor de achtergronden van de bouw van een walbedrijf door de GEM, zie vooral GAR, AGEM, inv 273b; voorts gesprekken met P.J.G. Furnée, voormalig directeur van de GEM, op 14 oktober 1999 en H.M.W. Croese, voormalig adviseur van de GEM, op 21 oktober 1999.
  • [18] GAR, AGEM, doos 482, Notulen Raad van Commissarissen van de HES van 8 mei 1959.
  • [19] AECT, inv 24766914, Statistische gegevens THB 1958-1965.
  • [20] Agatz und Mühlradt, ‘Die Entwicklung der deutschen Seehäfen in den letzten 50 Jahren’, Jahrbuch der hHafenbautechnischen Gesellschaft 27/28 (1965) 7 (geen bronvermelding)
  • [21] Gesprekken met W.G.J. Aalders, voormalig partner van D. Burger & Zn., op 17 juni 1999 en 4 april 2000.
  • [22] Dit en het navolgende is gebaseerd op een gesprek met L.M. Burger, van 1957 tot 1967 werkzaam bij Thomsen’s Havenbedrijf, op 8 december 1999 en het in diens bezit zijnde rapport van Tanne Thomsen, Operational simulation for the CTU System, October 1965
  • [23] AECT
  • [24] Zie o.a. George Chernowitz, ‘The next step in unitized cargo’, in: Progress in cargo handling, Vol 1,Papers read at the General Technical Conference of the International Cargo Handling Co-ordination Association, Naples, 1954 (London 1955) 269-280.
  • [25] René de la Pedraja, A historical dictionary of the U.S. Merchant Marine and Shipping Industry (Westport 1994) 199-201.
  • [26] B. Wiebenga, ‘Intercontinentaal vervoer van containers’, Rotterdam Europoort Delta 1966/2, 14.
  • [27] Hiervoor en volgende zie: H. van Driel, Samenwerking in haven en vervoer in het containertijdperk(Delft 1990) 173-194 en 227-231.
  • [28] Voor dit en het navolgende, zie: Loekie Hendriks, Dunlop en de technologische ontwikkeling in de haven van Rotterdam (Medelingen van het Sociologisch Instituut van de Erasmus Universiteit Rotterdam nr. 10, Ouderkerk a.d. IJssel 1973) en H. van Driel, ‘Arbeidsverhoudingen en sociaal beleid in de Rotterdamse haven’ in: H. van Driel (red.), Ontwikkeling van bedrijfskundig denken en doen: een Rotterdams perspectief (Delft 1993) 155-170.
  • [29] ‘ECT-consultancy: het logische gevolg van de pioniersfunctie van ECT’, ECT Perspectief juni 1986, 8-13.
  • [30] Gesprek met G.J. Wormmeester op 30 november 1999, gesprekken met J.C. Rijsenbrij op 15 december 1999 en op 6 januari 2000.
  • [31] Zie ook interview met Wormmeester in Nieuwsblad Transport Weekend 4 mei 1991, 8-9.
  • [32] Voor de vroege terughoudende houding van ECT tegenover automaterisering in het algemeen zie: G.J. Wormmeester, Enige opmerkingen over het automatiseren van containerhandling in havens, april 1972; voor specifieke technieken als telescopische spreaders en anti-slinger-systemen in de kranen, zie ‘Container spreader beams – making the vital link’, Cargo Systems januari 1978, 55-61, ‘Spreaders – users comment ...’, Cargo Systems December 1993, 44 en AECT, inv. 17785700, RD 27, G.J. Wormmeester en J.C. Rijsenbrij, High througput terminals, paper Cargo Systems International Conference, London 19/20 november 1975, 7-8.
  • [33] Hiervoor en het volgende: R. Siebenfreund (NOHAB), ‘Containerhafen’, Handbuch fur Hafen- und Umschlagstechnik (verder HHU) 12 (1967) 50-54.
  • [34] Clifford Q. Brodie (Paceco), ‘Evolution of container handling cranes’ in: ICHCA, 40th anniversary review (London z.j. (1992)) 104-109.
  • [35] Hans Haacke, ‘Gabelstapler und Spezialfahrzeuge für den Containerumschlag’, HHU 13 (1968) 128-132.
  • [36] ECT Van Huis tot Huis 16 januari 1973 (interview met C.A. Pemmelaar, chef van-carrier garage)
  • [37] ‘Double-action cranes – new straddle carrier’, Cargo Systems May 1976, 12-13.
  • [38] Het hierna volgende is gebaseerd op een gesprek met G.J. Wormmeester op 20 januari 2000, zie ook: Leonard Hupkes (Conrad Stork), ‘Automatisierung des Container-Umschlags in Zukunft: Stapelkrane’, Fördern und Heben 22 nr. 8 (1972) 452-456.
  • [39] Het navolgende is vooral gebaseerd op de eerder aangehaalde gesprekken met Wormmeester en Rijsenbrij en met A. Nagel, vanaf 1980 werkzaam bij ECT, op 6 december 1999 en 9 februari 2000. Zie ook AECT, inv. 17785701, RD-38, A.A. Hoogendoorn, J.M.M. van Dorst, Container transportinstallatie, TH-sektie transportkunde, augustus 1975, 8-9 en Gary Booth, ‘New frontiers for multi-container trailer systems’, Cargo Systems October 1981, 51-55.
  • [40] Het navolgende is ontleend aan: J.J. Borren, `Een nieuwe kraanconstructie', Polytechnisch Weekblad no. 37 (15 september 1922) 701-704.
  • [41] Onderzoek naar de "blijvende werkloosheid" en haar bestrijding. Rapport van de Commissie, ingesteld bij beschikking van den voorzitter van den Hoogen Raad van Arbeid, d.d. 18 december 1936 (Den Haag 1939) 145-149
  • [42] Wundram (Oberbaurat Hamburg), ‘Neuere Umschlagskräne, ihre Formen und Leistungen’, JhtG 14 (1934/35) 10-22, aldaar 13-14.
  • [43] A. van der Horst, `Een en ander over draaikranen met verstelbare giek, waarbij de last zich horizontaal verplaatst', Polytechnisch Weekblad 17 nr. 18 (20 juli 1923), 565-569