Noten TIN19-1-H6

Van Techniek in Nederland

Ga naar: navigatie, zoek


Hoofdstuk 6 Titel

  • [1] R.W. Unger, <Brewing in the Netherlands and the Baltic Grain Trade>, in: W.G. Heeres, e.a. (red.), From Dunkirk to Dantzig: shipping and trade in the North Sea and the Baltic, 1350-1850, 429-446; J.C.A. Everwijn, Beschrijving van Handel en Nijverheid in Nederland, Deel ii ('s-Gravenhage 1912), 598; G.Z. Jol, Ontwikkeling en organisatie der Nederlandsche Brouwindustrie (Haarlem 1933), 37-48; I.J. Brugmans, De arbeidende klasse in Nederland in de negentiende eeuw, 1813-1870, (Utrecht/Antwerpen 19718), 155-156; H. Blink, <Bierbrouwerijen en bierhandel in Nederland>, in: Vragen van den dag, 15 (1900), 81-95.
  • [2] A.M. Ballot, Het Bier beschouwd als volksdrank (Rotterdam 1856); G.J. Mulder, Het Bier scheikundig beschouwd (Rotterdam 1857), 9.
  • [3] Handelingen Tweede Kamer, 1863/64, Bijlagen, p. 1866.
  • [4] Handelingen Tweede Kamer, 1863/63, Bijlagen, p. 1865.
  • [5] Alleen dr. A. Vrolik, Minister van Financiën, waarschuwde voor de situatie in België: <Daar ziet men menschen die dronken zijn van bier, zoo als hier van Jenever.> Handelingen Tweede Kamer, 1856/57, 744.
  • [6] Voor een samenvatting van de vroege geschiedenis van de drankbestrijding, zie: J.G.L. Theunisse, Jan Frederik Vlekke (1849-1903). Ethiek en rentabiliteit in een ondernemersleven (Tilburg 1966), 201-225.
  • [7] Gegevens over de traditionele brouwmethode en de grondstoffen zijn ondermeer ontleend aan J. van Loenen, Haarlemse brouwindustrie voor 1600 (Amsterdam 1950), 22-30; G. Doorman, De middeleeuwse brouwerij en de gruit (Den Haag 1955), 47-60; J.F.L.M. Cornelissen, Het bierboeck (Eindhoven 1983), 63-109.
  • [8] A. Hallema en J.A. Emmens, Het bier en zijn brouwers. De geschiedenis van onze oudste volksdrank (Amsterdam 1968), 192.
  • [9] Doorman, Middeleeuwse brouwerij, 54.
  • [10] Van Loenen, Haarlemse brouwindustrie, 123-128; J. Willemsen, Klein Breda's Brouwersboek (Breda 1986), 4-10; Hallema en Emmens, Het bier, 88-89.
  • [11] De geschiedenis van dit college is beschreven in E.M.A. Timmer, De generale brouwers van Holland. Een bijdrage tot de geschiedenis der brouwnering in Holland in de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw (Haarlem 1918).
  • [12] R.A. Kattenwinkel, De industrie van de stad Utrecht vanaf de Fransche tijd tot 1900 (Utrecht 1952), 103, 110, 122. Zie ook Gemeentearchief Utrecht, Archief brouwerij De Boog, inv. nrs. 1153-1174. Jol, Ontwikkeling en organisatie, 41-43; K.J.Th. Janssen de Limpens e.a., Honderd jaar Brand (Wylre 1970), 70.
  • [13] U. Laufer, <Das bayerische Brauwesen in frühindustrieller Zeit>, in: R.A. Müller, und M. Henker, (Hrsgb.), Aufbruch ins Industriezeitalter. Band 2, Aufsätze zur Wirtschafts- Sozialgeschichte Bayerns 1750-1850, 289-290.
  • [14] Arbeidsloonen en levensbehoeften in de gemeente Arnhem, Bijlage A, 20.
  • [15] J. Lucassen, Jan, Jan Salie en diens kinderen. Vergelijkend onderzoek naar continuïteit en discontinuïteit in de ontwikkeling van arbeidsverhoudingen (Amsterdam 1991), 11-14.
  • [16] H.A. Korthals, Korte geschiedenis der Heineken's Bierbrouwerij Maatschappij nv 1873-1948 (z.p. 1948), 243.
  • [17] Everwijn, Handel en Nijverheid, ii, 598.
  • [18] P. Mathias, The Brewing Industry in England, 1700-1830 (Cambridge 1959), 13-21.
  • [19] Ibidem, 78-94.
  • [20] Ibidem, 94-98.
  • [21] Korthals, Korte geschiedenis, 29.
  • [22] E. Struve, Die Entwicklung des Bayerischen Braugewerbes im neunzehnten Jahrhundert (Leipzig 1893), 11-17; Laufer, <Das bayerische Brauwesen>, 288-289.
  • [23] Laufer, <Das bayerische Brauwesen>, 288.
  • [24] Struve, Entwicklung des Bayerischen Braugewerbes, 45-62.
  • [25] Jol, Ontwikkeling en organisatie, 45.
  • [26] Hallema en Emmens, Het bier, 184.
  • [27] Hallema en Emmens, Het bier, ... en S.H.A.M. Zoetmulder, Honderd jaar Oost-Brabants bedrijfsleven 1852-1952 (Eindhoven 1952), ...
  • [28] Doorman, Middeleeuwse brouwerij, 22-26; Timmer, Generale Brouwers, 50-66; Hallema en Emmens, Het bier, 42-52, 99-102, 171-172.
  • [29] Wet van 2 augustus 1822 (Stbl. 32)
  • [30] Jol, Ontwikkeling en organisatie, 137-138.
  • [31] Ibidem, 29-31, 138.
  • [32] Perk, Prospect van de oprigting, 1.
  • [33] Handelingen Tweede Kamer, 1856/57, Bijlagen, p. 723.
  • [34] Ibidem.
  • [35] Handelingen Tweede Kamer, 1866/67, Bijlagen, p. 865.
  • [36] Handelingen Tweede Kamer, 1866/67, Bijlagen, p. 865.
  • [37] Van Zanden, Industrialisatie in Amsterdam, 46; Jol, Ontwikkeling en organisatie, 47, 138-139.
  • [38] Mulder, Het bier scheikundig beschouwd, 368-371.
  • [39] Ibidem.
  • [40] Zie voor een interessante en doorleefde uiteenzetting over mode in biersmaken en regionale smaakverschillen, A.C.M. Jansen, Bier in Nederland en België. Een geografie van de smaak (Amsterdam 1987)
  • [41] Van Zanden, Industrialisatie in Amsterdam, 63-64; Korthals, Korte geschiedenis, 118-121.
  • [42] Jol, Ontwikkeling en organisatie, 55-56.
  • [43] R. Philips, Mestreechs Aajt. Geschiedenis van de Maastrichtse brouwers en hun bier (Maastricht 1982), 61.
  • [44] J.J.M. Heeren, De familie Swinkels en de Bierbrouwerij <Bavaria> te Lieshout, (Helmond 1938), 28-30. Zie voor de kwaliteit van de Brabantse bieren ook Chemisch Weekblad, 11 (1914), 1096-1097. Bij het Bierbesluit 1926 werd een minimaal stamwortgehalte van 9% vastgesteld. Dit komt ongeveer overeen met een alcoholgehalte van 3%. Bier met een lager gehalte was in die tijd niet goed houdbaar.
  • [45] Zie voor gegevens over de oprichting en de aandeelhouders: Nederlandsche Staatscourant, 15 november 1864. H. Henninger, in Neurenberg directeur van de <Nieuwe Brouwerij>, had 15 aandelen in bezit. Hij was daarmee een van de grootste aandeelhouders. Twee aandelen waren in handen van G.A. Heineken te Amsterdam. Bij alle brouwerijen die met de ondergistende methode werkten, waren de belangrijkste leidinggevende en gespecialiseerde personeelsleden afkomstig uit Duitsland. Ook enkele Duitse bedrijven voor brouwapparatuur vestigden zich in Nederland.
  • [46] H.J.M. Roetemeijer, <Brouwen in Amsterdam>, in: Ons Amsterdam, 56.
  • [47] Gemeentearchief Amsterdam, Archief Heineken's Bierbrouwerij Maatschappij, Gegevens familie Heineken: Didericus was predikant in Doornspijk, maar woonde in Elburg.
  • [48] Korthals, Korte geschiedenis, 13-18. Het is onbekend in welke Utrechtse brouwerij Feltmann had gewerkt. In een In Memoriam is sprake van de brouwerij van de Broedergemeente, maar dit bedrijf _ dat overigens in Zeist lag en niet in Utrecht _ was al rond 1820 stil gelegd. Of er rond 1865 sprake is geweest van een heropening van de brouwerij, waaraan Feltmann dan leiding zou geven, is niet duidelijk. Uit het gemeente-archief van Zeist blijkt echter niet dat Feltmann ooit in die plaats heeft gewoond.
  • [49] Gemeentearchief Amsterdam, Archief Heineken's Bierbrouwerij Maatschappij, Gegevens W. Feltmann jr. Feltmann overleed in april 1897.
  • [50] Gemeentearchief Amsterdam, Archief Heineken's Bierbrouwerij Maatschappij, Manuscript H. van Malsen, 44-50. Dit is het zeer uitvoerige door de historicus H. van Malsen opgestelde manuscript over de periode 1864-1923 van het bedrijf. Het boek van H.A. Korthals is voor een deel gebaseerd op dit manuscript, dat echter over een groot aantal zaken veel uitvoeriger informatie bevat.
  • [51] Gemeenteverslag Amsterdam over 1870, 57.
  • [52] Gemeentearchief Amsterdam, Archief Heineken's Bierbrouwerij Maatschappij, Akte van Oprichting Heineken's Bierbrouwerij Maatschappij nv. W. Feltmann jr. had zeven aandelen in de nv; Korthals, Korte geschiedenis, 54-56.
  • [53] Jol, Ontwikkeling en organisatie, 178-179. De brouwerijen De Gekroonde Valk en d'Oranjeboom werden in respectievelijk 1893 en 1902 nv's met aandelenkapitalen van ¦ 550.000 en ¦ 2.200.000.
  • [54] Philips, Mestreechs Aajt, 61.
  • [55] J. Diederen, Het verhaal van De Leeuw (Valkenburg 1986), 3-6.
  • [56] Gemeentearchief Amsterdam, Archief Heineken's Bierbrouwerij Maatschappij, inv. nr. 3992, Brouwerij De Gekroonde Valk, Korte Geschiedenis van Van Vollenhoven's Bierbrouwerij nv, 1733-1933, 3.
  • [57] Willemsen, Klein Breda's brouwersboek, 14.
  • [58] Mathias, Brewing Industry, 73-75.
  • [59] Ibidem, 76.
  • [60] Philipe, <Einleitung>; O. Jung, <Die Bedeutung der Kältemaschine>.
  • [61] A. Wouters, <De Brusselse ijsindustrie rond de eeuwwisseling>, in: Tijdschrift voor Geschiedenis van Techniek en Industriële Cultuur, 7 (1990), 19-21; Hallema en Emmens, Het bier, 182-183.
  • [62] J. de Loverdo, Le Froid Artificiel, et ses Applications Industrielles, Commerciales et Agricoles (Paris 1903), 1-13; Planck, Handbuch der Kältetechnik, 1. Band, 133-136; Von Linde, <Meine Kältemaschinen in der Brauerei>, in: Carl von Lindes Kältemaschinen, 25-27.
  • [63] Von Linde, <Meine Kältemaschinen in der Brauerei>, 25-27.
  • [64] Ibidem, 31.
  • [65] Gemeentearchief Amsterdam, Archief Heineken's Bierbrouwerij Maatschappij, Manuscript Van Malsen, 282-283; Roetemeijer, <Brouwen in Amsterdam>, 54.
  • [66] Gemeentearchief Amsterdam, Archief Heineken's Bierbrouwerij Maatschappij, Manuscript Van Malsen, 150, 199-200. De kosten voor de aanleg van de Brainardkelder werden begroot op ¦ 22.000.
  • [67] Ibidem, 329-333.
  • [68] Korthals, Korte geschiedenis, 85-86, 90.
  • [69] K.W. Geisler, <Technischer Ausbau und Entwicklung der Kälte-erzeugungsanlagen für den Brauereibetrieb>, in: Carl von Lindes Kältemaschinen und ihre Bedeutung für die Entwicklung der modernen Lagerbierbrauerei, 36-37.
  • [70] Jol, Ontwikkeling en organisatie, 84.
  • [71] Ibidem, 59-60.
  • [72] Gemeentearchief Amsterdam, Archief Heineken's Bierbrouwerij Maatschappij, Manuscript Van Malsen, 356, 370.
  • [73] Korthals, Korte geschiedenis, 95-97. Van Gelder, <Bierbrouwerij d'Oranjeboom>.
  • [74] Philips, <Brand's Bierbrouwerij>, 79.
  • [75] J.F.H. Koopman, <Les machines frigorifiques aux Pays-Bas, dans les colonies Néerlandaises et a bord des vaisseaux Néerlandais>, in: Premier Congrès International du Froid (Paris 1908). Koopman geeft zelf aan dat zijn overzicht niet geheel volledig is. Voor de brouwerijen lijkt de volledigheid niettemin dicht benaderd. Incompleet lijkt het alleen voor de provincie Limburg, waar onder meer de door Koopman niet vermelde brouwerijen De Leeuw in Valkenburg en Brand in Wylre over koelmachines beschikten.
  • [76] Ibidem, 8-13. Tegenwoordig wordt de koelcapaciteit niet meer in calorieën maar in kilocalorieën per uur uitgedrukt.
  • [77] Ibidem, 8-13 en 50-51.
  • [78] E.M. Sigsworth, <Science and the Brewing Industry, 1850-1900>, in: The Economic History Review, 17 (1965), 536.
  • [79] Buys, De bierbrouwer, 50-56.
  • [80] Zie voor een min of meer volledige opsomming van dergelijke hulpmiddeltjes Cornelissen, Het bierboeck, 139-147.
  • [81] Sigsworth, <Science and the Brewing Industry>.
  • [82] M. Teich, <Fermentation Theory and Practice: the Beginnings of Pure Yeast Cultivation and English Brewing, 1883-1913>, in: History of Technology, 8 (1983), 120.
  • [83] L. Pasteur, Etudes sur la Bière, ses maladies, causes qui les provoquent, procédé pour la rendre inaltérable avec une Théorie Nouvelle de la Fermentation (Paris 1876), 1-17 en 326-378.
  • [84] Zie voor het belang van de gisthandel voor de brouwers in Holland in de achttiende eeuw: Timmer, Generale Brouwers, 126-175.
  • [85] Teich, Frementation Theory and Practice, 121; Gemeentearchief Amsterdam, Archief Heineken's Bierbrouwerij Maatschappij, Manuscript Van Malsen, 553.
  • [86] Ibidem, Manuscript Van Malsen, 757-758; Korthals, Korte geschiedenis, 129-136.
  • [87] <E.C. Hansen>, in: C.C. Gillispie (ed.), Dictionary of Scientific Biography (New York 1972), Vol. vi, 99-101.
  • [88] N. Hjelte Claussen, <Leben und Wirken Emil Christian Hansen's>, 8-16.
  • [89] H. Lüers und F. Weinfurtner, <Die Einführung der Hefereinzucht in den Brauereibetrieb>, in: Die Hefereinzucht in der Entwicklungsgeschichte der Brauerei, 72-73.
  • [90] Gemeentearchief Amsterdam, Archief Heineken's Bierbrouwerij Maatschappij, Manuscript Van Malsen, 758.
  • [91] <In Memoriam dr.ir. H. Elion, 1853-1930>, in: Chemisch Weekblad, 27 (1930), 282-283.
  • [92] Gemeentearchief Amsterdam, Archief Heineken's Bierbrouwerij Maatschappij, Manuscript Van Malsen, 611-612.
  • [93] E. Elion, <Die Fabriksmassige Herstellung von Reinhefe und die Hefereinzucht in der Entwicklungsgeschichte der Brauerei>, in: Chemisch Weekblad, 29 (1932), 470-475. Dit artikel, dat was geschreven door een zoon van H. Elion, werd gepubliceerd naar aanleiding van de verschijning van het boek Die Hefereinzucht in der Entwicklungsgeschichte der Brauerei. Twee Duitse medewerkers van het Wissenschaftliche Station in München (H. Lüers en H. Weinfurtner) hadden daarin een bijdrage geschreven over <Die Einführung der Hefereinzucht in dem Brauereibetrieb>. H. Elion werd slechts summier vermeld en alleen als medewerker van het wetenschappelijk instituut voor de brouwindustrie in Wenen. Hier had hij echter nooit gewerkt. Elions verdienste voor het in de praktijk toepassen van de <reincultuur> staat overigens buiten kijf en is ook erkend door Duitse en Deense specialisten op dit terrein.
  • [94] Teich, <Fermentation Theory and Practice>, 121, 126-130.
  • [95] Elion, <Die Fabrikmässige Herstellung>, 473.
  • [96] Ibidem.
  • [97] <Een bezoek aan de Amstelbrouwerij>, in: De Ingenieur, (1910), 979.
  • [98] Jol, Ontwikkeling en organisatie, 81.