Noten TIN20-3-H3

Van Techniek in Nederland

Ga naar: navigatie, zoek


Hoofdstuk 3 Titel

  • [1] Officiële Catalogus van de tentoonstelling voor volksvoeding in het Paleis voor Volksvlijt te Amsterdam (Amsterdam 1923), 18.
  • [2] Voor het huisgezin, 1 (1924) 5, 1; plantaardige margarine bood nieuwe mogelijkheden voor vegetariers, een groep principiele en bewuste consumenten, verenigd in de Nederlandsche Vegetariersbond; fabrikanten stelden hun producten wel onder controle van deze bond.
  • [3] Zie ook H.W. Lintsen e.a. (red.) Geschiedenis van de Techniek in Nederland. De wording van een moderne samenleving 1800-1890, deel I (Zutphen 1992), 267-268; J.L. de Jager, Arm en rijk kunnen bij mij hun inkopen doen. De geschiedenis van Albert Heijn en Koninklijke Ahold (Baarn 1995) 48-49.
  • [4] Anneke H. van Otterloo, ‘De industrialisering van keuken en koken. Toenemende bindingen tussen huishoudens en bedrijven (1920-1970), Tijdschrift voor Vrouwenstudies; nr. 33 (1988), 3-27; diverse gegevens in dit hoofdstuk zijn op dit artikel gebaseerd, vergelijk ook Van Otterloo, Eten en eetlust, 155-184.
  • [5] Wim Wennekes, De aartsvaders. Grondleggers van het Nederlandse bedrijfsleven (Amsterdam/Antwerpen 1993), 221-281, 248-251.
  • [6] In 1927 waren er 107 filialen en in 1937 230, H.Ph. Hondelink, Detailhandel. Een geschiedenis en bronnenoverzicht (Amsterdam 1993) 28; vgl. ook J.L.de Jager, Arm en rijk, 48-56.
  • [7] Deze alinea is voornamelijk gebaseerd op M. Schrover, ‘De Fiva als bijzondere variant van collectieve verticale prijsbinding, 1928-1975’, in: NEHA-Jaarboek voor Economische, Bedrijfs- en Techniekgeschiedenis 59 (1996), 292-329.
  • [8] Merkartikelen maakten advies van winkeliers overbodig, maar zij werden wel geacht mee te werken aan de reclame-acties van de fabrikanten. Zie over de Fivo ook hoofdstuk 4 van dit deel en voor reclamegeschiedenis W. Schreurs, Geschiedenis van de reclame in Nederland (Utrecht 1989) 15-43.
  • [9] Zie G.G. Smit, Het landbouwhuishoudonderwijs in Nederland. Ontstaan, ontwikkeling en betekenis, (Den Haag 1966), Jozien Jobse van Putten, ‘Met nieuwe tijd komst nieuw (w)eten. Invloed van het voedingsonderricht op de Nederlandse voedingsgewoonten, ca. 1880-1940', Volkskundig Bulletin 13 (1987) 1-29.
  • [10] De eerste druk van zijn vermaarde Voedingsleer. Populaire voordrachten over voeding en stofwisseling van den mensch, deel 1 (Amsterdam 1909) schreef hij samen met Martine Wittop-Koning.
  • [11] Anneke H. van Otterloo, ‘Voedzaam, smakelijk en gezond. Kookleraressen en pogingen tot verbetering van eetgewoonten tussen 1880 en 1940’, Sociologisch Tijdschrift nr. 12 (1985), 495-542; A.H. van Otterloo, 'Van kookleraressen tot diëtisten. Het streven naar verbetering van de maaltijd tussen 1880 en 1940' in A. de Knecht-van Eekelen en M. Stasse-Wolthuis eds., Voeding in onze samenleving in cultuurhistorisch perspectief (Alphen a/d Rijn en Brussel 1987) 110-135.
  • [12] J. van der Haar (m.m.v. M.E. de Ruiter), De geschiedenis van de Landbouwuniversiteit Wageningen, dl 1 Van School naar Hogeschool 1873-1945 (Wageningen 1993) 236-237.
  • [13] 25 jaar IBTV (Instituut voor Bewaring, en verwerking van Tuinbouwproducten) (‘s Gravenhage 1961).
  • [14] M.J.L. Dols, ‘Enkele beschouwingen bij gelegenheid van het zestigjarig bestaan van het NIVV’, in: Voeding 40 (1979), 218-222;T. van den Briel-van Ingen, ‘Beknopte geschiedenis van de voedingswetenschap in Nederland’, Voeding, 44 (1983) 5, 160-170.
  • [15] A. de Knecht-van Eekelen, Gewina 1996, 43-45. In 1938 bracht de befaamde biochemicus B.C.P. Jansen het NIVV onder in zijn Physiologisch-Chemisch Laboratorium.aan de Universiteit van Amsterdam.
  • [16] Vgl. Jasper Faber, ‘C.J.van Nieuwenburg over organisatie van wetenschappelijk technisch werk’, Gewina, 21 (1998), 15-29 en voorts: Een kwart eeuw TNO. Gedenkboek bij de voltooiing van de eerste 25 jaar werkzaamheid van de organisatie TNO op 1 mei 1957, Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (Den Haag 1957).
  • [17] A.C. de Gooijer, Over de tong. Veertig jaar voedingsonderzoek Voedingsorganisatie TNO, (Aarlanderveen 1980); J. Straub, ‘Algemene Organen ten behoeve van de levensmiddelentechnologie’, in: Chemisch Weekblad,, jg. 50, nr. 5, (30 Jan. 1954), 71-74.
  • [18] Buiten de grenzen vond een vergelijkbare ontwikkeling plaats, zie bv. S..M.Horrocks, The Business of Vitamins: Nutrition Science and the Food-Industry in Iinter-war Britain, H.Kamminga & A.Cunningham (eds), The Science and Culture of Nutrition 1840-1940 (Amsterdam 1995) 235-259.
  • [19] Martine Wittop-Koning Eenvoudige berekende recepten 23e druk. Almelo 1913 (1901). De schrijfster ontleende deze uitspraak aan de socialiste en feministe Suze Groeneweg, het eerste vrouwelijke kamerlid in Nederland.
  • [20] Ali de Regt, Arbeidersgezinnen en beschavingsarbeid. Ontwikkelingen in Nederland 1870-1940. (Meppel/Amsterdam 1984).
  • [21] Zie bijvoorbeeld A.J. Otte-Arnolli, Gesprekken met huisvrouwen (Utrecht 1950).
  • [22] Burgerlijke beschavingsoffensieven op voedingsgebied werden al ondernomen door het Nut , halverwege de achttiende eeuw. Zie: Peter Rietbergen, ‘To Feed the Poor and Improve Their Morals’, in F. Halici, ed., First International Food Congress, september 1986 (Istanbul en Ankara ed. 1988) 227-234.
  • [23] Erna Meyer, De nieuwe huishouding. Bewerkt onder leiding van R. Lotgering-Hillebrand (Amsterdam 1931; oorspronkelijk 1929).
  • [24] Anne Marie, ‘Achter de schermen van het IVHA’, in: Denken en Doen, 50, (1966) 3, 7-10.
  • [25] Ineke Jonker, Huisvrouwenvakwerk (Baarn 1987), 37-38.
  • [26] Zie Huishouding, voorlichting en wetenschap. 50 jaar Stichting voor Huishoudelijke en Consumentenvoorlichting-HVP (‘s Gravenhage 1985).
  • [27] H.L.G.Rijneveld-van Dijk, een korte kroniek van 40 jaar voedingsvoorlichting, Voeding 42 (1981), 142-154; R.B.M. Rigter, ‘Met raad en daad. De geschiedenis van de gezondheidsraad, 1902-1085’ (Rotterdam 1992) 118-119.
  • [28] Martine Wittop-Koning schreef bijvoorbeeld ook de vierseizoenen kookboekjes voor Calvé.
  • [29] Geciteerd bij Wilbert Schreurs, Collectieve reclame in Nederland (Leiden/Antwerpen 1991), 12.
  • [30] Voor het ontwerpen van cadeaus werden bekende kunstenaars en schrijvers gecontracteerd; de Verkade-albums werden onder meer geïllustreerd door L.W.R. Wenckebach, de NOF-boekjes geschreven en geïllustreerd door Johan Fabricius.
  • [31] Zie over radio, Huub Wijfjes, Hallo hier Hilversum. Driekwart eeuw radio en televisie, (Weesp 1985).
  • [32] Van Otterloo, Eten en eetlust, 162.
  • [33] Jan Bieleman, Geschiedenis van de Landbouw in Nederland 1500-1950, (Wageningen 1992), 224-227.
  • [34] Voor dit hoofdstuk is meermalen ontleend aan Joh. De Vries, ‘Het economisch leven in Nederland 1918-1940’, Algemene Geschiedenis der Nederlanden deel 14 (Haarlem 1979), 102-146.
  • [35] Trienekens, G.M.T. Tussen ons volk en de honger. De voedselvoor­ziening 1940-1945 (Wageningen/Utrecht 1985), 9-43.
  • [36] Geciteerd bij Wilbert Schreurs, Collectieve reclame in Nederland (Leiden/Antwerpen 1991), 17, zie voor deze alinea ook aldaar pp. 16-18. Schreurs noemt de volgende cijfers als indicator voor het succes van de campagnes: 'Tienduizenden vrouwen hebben inmiddels de kookcursussen bezocht. De schoolmelk is in meer dan vijftig gemeenten geïntroduceerd; ruim tachtigduizend kinderen doen eraan mee', (p. 18).
  • [37] J.C. Dekker, Zuivelcoöperaties op de zandgronden in Noord-Brabant en Limburg, 1892-1950. Overleven door samenwerking en modernisering, een mentaliteitsstudie (Tilburg 1996), 113-116.
  • [38] Wilbert Schreurs, Collectieve reclame ( Leiden/Antwerpen 1991), 18-19.
  • [39] De gegevens in deze paragraaf zijn voornamelijk ontleend aan: G.M.T. Trienekens, Tussen ons volk en de honger. De voedselvoorziening 1940-1945. (Utrecht 1985); zie ook: Evert Werkman, Dat kan ons niet gebeuren... Het dagelijks leven in de Tweede Wereldoorlog (Amsterdam 1980) en Ileen Montijn, Aan tafel! Vijftig jaar eten in Nederland (Utrecht en Antwerpen 1991) 9-19.
  • [40] G.M. Minderhoud, De Nederlandse Landbouw, (Haarlem 1952), 184-216.
  • [41] Dit betekende voor de keten een ontwikkeling, tegengesteld aan de heersende trend van verlenging en differentiatie, zie W. Abel, Stufen der Ernährung. Eine historische Skizze (Göttingen 1981), 65-73.
  • [42] R.B.M. Rigter, Met raad en daad. De geschiedenis van de gezondheidsraad 1902-1985 (Rotterdam 1992), 118-120.
  • [43] G.M.T. Trienekens, Tussen ons volk en de honger. De voedselvoor­ziening 1940-1945 (Utrecht 1985) aldaar 42 voor deze conclusie.
  • [44] M.J.L. Dols, 'Enkele persoonlijke herinneringen aan het einde van de hongerwinter 1945', in: Voeding, jg. 16, nr. 5 (mei 1955), 406-410.
  • [45] Wilbert Schreurs, Geschiedenis van de reclame in Nederland, 1870-1990. (Utrecht 1989), 116-122; 143-148; 154-156.
  • [46] Frank Inklaar, Van Amerika geleerd. Marshall-hulp en kennisimport in Nederland. (Den Haag 1997), 271-309. Ook de informatie over de COP-studiereis over de levensmiddelendetailhandel is van Inklaar, 223-237, ontleend.
  • [47] J. van der Haar (m.m.v. M.E. de Ruiter), De geschiedenis van de Landbouwuniversiteit Wageningen. dl II, 1993), 118-124.
  • [48] C.W.Visser, Den Hartog en de Landbouwhogeschool, Voeding 31 (1970), 657-548. In 1969 werd ‘humane voeding’ in Wageningen een zelfstandig vak,, zie: Ypie Blauw e.a. (red), Van de grond naar de mond. 25 jaar vakgroep Humane Voeding (Wageningen 1994).
  • [49] J. van der Haar, De geschiedenis, deel II, 50-52; 282-284.
  • [50] Voor de relatie tussen gezinsidealen en nieuwe consumptie in het interbellum zie A. van Otterloo. ‘De industrialisering van keuken en koken’ (1988), Voor ideologie en sociologie in de jaren vijftig, zie M. Gastelaars, Een geregeld leven. Sociologie en sociale politiek 1925-1968 (Amsterdam 1985).
  • [51] Peter Scholliers attendeert in dit verband op het verwennen door echtenoten en moeders van mannen en kinderen met (zoete) lekkernijen. Al zijn er grote verschillen in culinaire tradities tussen Belgie en Nederland , de trend van de vrouw als keukenprinses in het Interbellum en vlak na de oorlog is vergelijkbaar, zie Peter Scholliers, Arm en rijk aan tafel. Tweehonderd jaar eetcultuur in België (Brussel 1993) 129-132, 169-175 en 223-231.
  • [52] Katarzyna J. Cwiertka, The making of modern culinary tradition in Japan, (Leiden 1999), 73-95, 133-141.
  • [53] Vijfenzeventig jaar Calvé: 1884-1959. Gedenkboek (Delft 1959); M. Schrover, Voedings- en genotmiddelenindustrie. Een geschiedenis en bronnenoverzicht (Amsterdam 1993), 29.
  • [54] Regionale verschillen betroffen bijvoorbeeld het gebruik van soep; in het Zuiden gewoonte, in het Noorden veel minder.
  • [55] Jozien Jobse-van Putten, Eenvoudig maar voedzaam. Cultuurgeschiedenis van de dagelijks maaltijd in Nederland. (Nijmegen 1995), 499-531.
  • [56] Anneke van Otterloo en Juul van Ogtrop, Het regime van veel, vet en zoet. Praten met moeders over voeding en gezondheid (Amsterdam 1989).
  • [57] Catherine Salzman, ‘Margriet’s advies aan de Nederlandse huisvrouw. Continuïteit en verandering in de culinaire geschiedenis van Nederland 1945-1975’, Volkskundig Bulletin, 11 (1985) 1, 1-27.
  • [58] H. Baudet, Een vertrouwde wereld. 100 jaar innovatie in Nederland. (Amsterdam 1986), 102-108.
  • [59] C.W. Willinge Prins-Visser, ‘Conserveren van levensmiddelen op het platteland’, Mededelingen van de landbouwhogeschool Wageningen/Nederland, 59 (1956), 49-59.
  • [60] J. Jobse-van Putten, Van pekelvat tot diepvrieskist. Interviews en beschouwingen over de huishoudelijke conservering op het Nederlandse plattenland in de eerste helft van de twintigste eeuw (Amsterdam 1989), 10, 28-29, 132.
  • [61] Voeding 7 (1946) 98-99.
  • [62] Spoedig besloeg het blad een breder technologisch terrein dan conserveren alleen; in 1968 ging het op in Voedingsmiddelentechnologie, F.D.Tollenaar en F.J.Röling, VMT honderd jaar, VMT, 28 (1995), 92-94.
  • [63] ‘Het zilveren feest van de diepvriesindustrie’, Conserva, Maandblad voor de voedingsmiddelenindustrie, 3 (1954) 4, 101-102.
  • [64] A.P. den Hartog e.a., ‘Voedingsinformatie in reclame. Een analyse van 85 jaar voedingsmiddelenadvertenties’, Voeding, 50 (1989) 8, 224-229.