Noten TIN20-3-H7

Van Techniek in Nederland

Ga naar: navigatie, zoek


Hoofdstuk 7 Titel

  • [1] V.T. van Vilsteren, ‘Looking over the brewer’s shoulder’ in R.E. Kistemaker en V.T. van Vilsteren eds. Beer! The story of Holland's favourite drink (Amsterdam 1994) 71
  • [2] Het idee van merktekens was reeds veelvuldig in de preïndustriële samenleving toegepast. Kenmerken van gilden, stedelijke overheden als ook van de maker zelf werden op producten aangebracht, zoals op voorwerpen van zilver en tin maar ook op biervaten. Het merkartikel kan dan ook worden gezien als een logische voortzetting. A. Pfiffner, Henri Nestlé 1814-1890 (Zürich 1993) 168-174.
  • [3] R.O. Fock en E.H.L. Oosthuys eds., 100 jaar Verkade, 1886-1986 (Wormer 1986) 30.
  • [4] P. Nijhof, Emaille reclameborden in Nederland (Amsterdam 1986) 42, 93.
  • [5] E.J. Bouw, Van blikslagers, vleesblikken en biervaten (Amsterdam 1976) 31-32.
  • [6] R. Vijfwinkel, ‘Tieleman en Dros in verduurzaamde levensmiddelen’ in C.B.A. Smit en H.D. Tjalsma, Leids Fabrikaat (Utrecht 1990) 31-44.
  • [7] M. Kroef en N. Bavelaar, ‘Conserven Schoondergang: het hardlopertje bleek een doodlopertje’ in De kunst van het bewaren, Industrieel Erfgoed Leiden (Leiden 1992).
  • [8] Kroef en Bavelaar, ‘Conservenfabriek Schoondergang’, 18.
  • [9] Bouw, Van blikslagers, vleesblikken en biervaten, 27-28.
  • [10] C.H. de Korte, ‘Glas als verpakking van levensmiddelen’, Voedingsmiddelentechnologie, 7 (1974) 22-24.
  • [11] P. Zwaal, Frisdranken in Nederland. Een twintigste-eeuwse productgeschiedenis (Rotterdam 1993) 30-34.
  • [12] De Korte, ‘Glas als verpakking van levensmiddelen’, 22.
  • [13] In 1885 produceerden de 15 Nederlandse glasfabrieken 20 miljoen flessen. Ruim een eeuw later maakten 5 bedrijven het 300-voudige aan potten en flessen; J. Soetens, In glas verpakt. Kunst, kitsch en koopmanschap (z.p., 1999). Zie ook J.F. van Oss, 'Glas en aardewerk' in J.F. van Oss ed., Warenkennis en technologie (Amsterdam 1927) 317-319.
  • [14] Bouw, Van blikslagers, vleesblikken en biervaten, 28.
  • [15] A. de Knecht-van Eekelen en A. van Otterloo, ‘Diffusion of glass preserved food in the Dutch food pattern 1945-1995'in M. Scharer en A. Fenton eds., Food and Material Culture (East Linton East Lothian 1998) 232.
  • [16] Bouw, Van blikslagers, vleesblikken en biervaten, 28.
  • [17] V. Hentzepeper, ‘Blik klaar voor millenium-switch’, Food Management 16 (1998) 26-27.
  • [18] O. de Wit, ‘Papier’ in H.W. Lintsen e.a.eds., Techniek in Nederland. De wording van een moderne samenleving 1800-1890. Deel 2 (Zutphen 1993) 220-221.
  • [19] M. Schrover, ‘Gij zult het bakje niet koken in de melk zijner moeder. Joodse ondernemers in de voeding-en genotsmiddelenindustrie'in: H. Berge e.a. eds., Venter, fabriquer, fabrikant. Joodse ondernemers en ondernemingen in Nederland 1796-1940 (Amsterdam 1994) 167.
  • [20] S. Sacharov en R.C. Griffin, Food packaging: A guide for the supplier, processor and distributor (Westport, Connecticut 1970) 20; "Verpakte waren", Voeding en Hygiene 3 (1929) 234-235.
  • [21] Sacharow en Griffin, Food packaging, 16.
  • [22] ‘Verpakt brood’, Voeding en Hygiëne 3 (1929) 289; ‘De hygiënische betekenis van het papier,’ Voeding en Hygiëne 8 (1934) 120.
  • [23] Sacharov en Griffin, Food packaging, 5-6.
  • [24] F. Lox, Verantwoorde verpakking (Antwerpen 1983) 113-115.
  • [25] De kleinverpakking van boter in aluminiumfolie, (’s-Gravenhage 1954) Verslagen van de Koninklijke Nederlandse Zuivelbond; R. Ferron, Verpakking, 105-106; C. Wilson, Unilever in de tweede industriele revolutie ("s- Gravenhage 1968) 233.
  • [26] Lox, Verantwoorde verpakking, 115-117.
  • [27] H.M. Clark, The tin can book (New York 1977) 18. De fabricage van dunne en lichte staalplaten werd mogelijk door de introductie van de Bessemer-techniek van staalmaken (1855), later gevolgd door de Siemens-Martin techniek. Zie J.C. Westerman, Blik in het verleden. Geschiedenis van de Nederlandse blikindustrie in hare opkomst van gildeambacht tot grootbedrijf (Amsterdam 1939) 45.
  • [28] A. Lief, A close-up of closures. History and progress (New York 1965) 10-13; M. Grauls, Uitvinders van het dagelijks leven (Antwerpen en Helmond 1993) 43-48.
  • [29] ‘Sluiting van glasverpakking’. Prae-advies van de subcommissie Sluiting Glasverpakking van de NVC-werkcommissie Huisvrouwen en Verpakking (Den Haag 1964), Nederlandse Verpakkings Centrum- Werkcommissie Huisvrouwen en Verpakking, Verpakkingsreeks nr. 10, 4-5, 29.
  • [30] J.W. de Pous, ‘Ten geleide’, Verpakking in het centrum, 10 jaar Nederlands Verpakkings Centrum (Den Haag 1963) 1.
  • [31] R.O. Calisch, ‘De historie van het NVC’, Verpakking in het centrum, 10 jaar Nederlands Verpakkings Centrum (Den Haag 1963) 4-5.
  • [32] Calisch, ‘De historie van het NVC’, 5.
  • [33] ‘Nederlands Verpakkings Centrum’, Officieel Orgaan KNZB FNZ 45 (1953) 275. Het NVC speelde in de periode 1953-1960 een belangrijke rol in de organisatie van verpakkingsbeurzen.
  • [34] E. Wijga, ‘Vijf verpakkingscursussen’, Verpakking in het centrum, 10 jaar Verpakkings Centrum (Den Haag 1963) 15-16.
  • [35] R. van Lavieren, ‘Verpakkingsonderzoek 2’, Verpakking in het centrum, 10 jaar Nederlands Verpakkings Centrum (Den Haag 1963) 41-42.
  • [36] J. Mol, ‘Van melkinrichting tot levensmiddelenfabriek’, Voeding 41 (1980) 168; A.M. de Knecht-van Eekelen, Naar een rationele zuigelingenvoeding, Voedingsleer en Kindergeneeskunde in Nederland 1840-1914 (Nijmegen 1984) 192-197; H. Beer, ‘Het pasteuriseren van melk in flesschen', Weekblad voor Hygiëne 2 (1906) 115-117.
  • [37] Beer, ‘Het pasteuriseren van flesschen’, 120; Zwaal, Frisdranken in Nederland, 38.
  • [38] H.J. Huisman, ‘Organoleptische eigenschappen van melk’, Melkverpakking, mogelijkheden en wenselijkheden (Den Haag 1959), Nederlands Verpakkings Centrum, Werkcommissie Huisvrouw en Verpakking, Subcommissie Melkverpakking, Verpakkingsreeks nr. 9, 10.
  • [39] A.P. den Hartog, ‘Serving the urban consumer: the development of modern food packaging with special reference to the milk bottle’ in A.P. den Hartog ed., Food, Technology, Science and Marketing. European diet in the Twentieth Century (East Linton 1995) 248-268.
  • [40] ‘Eind 1955 allemaal schone flessen!’, Misset’s Zuivelbereiding en -Handel 61 (1955) 1, 3.
  • [41] Misset’s Zuivelbereiding en.-Handel 60 (1954) 3, 46.
  • [42] In 1955 werd begonnen met de levering van consumptiemelk aan Amerikaanse militairen in Noord-Afrika. Daartoe werd een melkfabriek in het Marokkaanse Casablanca gebouwd. Het gehele ontwerp van de fabriek, inclusief airconditioning, koeltechnische installaties en elektrische installaties, was een Nederlands ontwerp. Ook de melk kwam uit Nederland. Het werd geconcentreerd en in vaten verpakt en vervolgens in koelwagens van Breukelen naar Rotterdam vervoerd. Per koelboot werd de melk ten slotte naar Casablanca vervoerd.
  • [43] ‘Sterovita brengt Sterovita pakmelk. Het eerst in Rotterdam en Dordrecht’, Misset’s Zuivelbereiding en -Handel 61 (1955) 18, 408-410; ‘De papieren melkfles doet haar intrede in Nederland’, Conserva 3 (1955) 11, 343-345.
  • [44] Misset’s Zuivelbereiding en -Handel 60 (1954) 3, 46.
  • [45] Federatie voor Nederlandse Zuivelbond (FNZ), De toepassingsmogelijkheden van papierverpakking voor melk. Een onderzoek van de commissie voor melk in papierverpakking (Den Haag 1957), FNZ-Technisch Wetenschappelijke Serie, no.11.
  • [46] Nederlands Verpakkingscentrum, Commissie Huisvrouw en Verpakking- Subcommissie Melkverpakking, Melkverpakking ter Tafel (Den Haag 1959), Verpakkingsreeks no. 9, 23.
  • [47] De subcommissie Melkverpakking bestond uit vertegenwoordigers van de verpakkingsindustrie (Mopavi, Vereenigde Glasfabrieken, Tetra-Pak Nederland), de zuiveldetailhandel bedrijfschap Detailhandel in Melk en Zuivelproducten), zuivelonderzoek (NIZO), verpakkingsonderzoek (Technisch Physische Dienst TNO, Vezelinstituut TNO, Werkgroep voor gelaagde en gedekte verpakkingsmaterialen TNO) en de overheid (Voorlichtingsbureau voor de Voeding, Directoraat voor de Middenstand en het Toerisme, Directie Handel en Nijverheid van de Directie van de Voedselvoorziening).
  • [48] Nederlands Verpakkings Centrum, Melkverpakking ter tafel, 18.
  • [49] ‘Moderne melkverpakking in discussie’, Misset’s ‘Zuivel’ 73 (1967) 14, 274.
  • [50] Verenigde Glasfabrieken, Melkverpakking en Consument (Schiedam 1965) 2.
  • [51] ‘Schoolmelk in papierverpakking’, Misset’s Zuivelbereiding en -Handel 63 (1957) 16, 361.
  • [52] ‘Minister Mansholt voor uitbreiding verkoopplaatsen van melk’, Misset’s ‘Zuivel’ 63 (1957) 33, 713.
  • [53] ‘Minister stak een waarschuwende vinger op!’, Misset’s ‘Zuivel’ 63 (1957) 53, 1173.
  • [54] 'Het probleem van de melkbezorging in flatgebouwen', Misset's Zuivelbereiding en -Handel 63 (1957) 29, 637-640, aldaar 639.
  • [55] De melkbezorging door melkventers was in de jaren vijftig een onderwerp van permanente zorg. Centraal in deze zorg stond de uiterlijke verzorging, de beleefdheid en de dienstverlening van de melkventer. In een aanvulling op Amerikaanse geboden voor melkventers formuleerde Misset's 'Zuivel' de volgende geboden: '10[e]. De Melkventer dient geschoren te zijn en zijn hoofdhaar moet er goed verzorgd uitzien. 11[e]. Ook als de melkbezorger meent, dat men hem niet ziet behoort hij niet met zijn vinger in zijn neus te komen. Hij dient behoorlijk een zakdoek te gebruiken en deze dient behoorlijk schoon te zijn. 14[e]. Het urineren tegen een boom of muur moet worden afgekeurd. Beter is het even een klant te vragen gebruik van de W.C. te mogen maken en daarna de handen te wassen'. 'Geboden voor de melkbezorging', Misset's 'Zuivel' 65 (1959) 3, 49.
  • [56] ‘Dictatuur’, Misset’s ‘Zuivel’ 64 (1958) 24, 553.
  • [57] ‘Oplossing in zicht?’, Misset’s ‘Zuivel’ 64 (1958) 48, 1045.
  • [58] ‘Stekels overeind’, Misset’s ‘Zuivel’ 66 (1960) 41, 945.
  • [59] ‘Invloed van de wijze van melkbezorging op het melkverbruik’, Misset’s ‘Zuivel’ 71 (1965) 51, 1319-1321.
  • [60] J.G. Termorshuizen, Het consumentengedrag met betrekking tot melk (Wageningen 1982) 27.
  • [61] Centrale Verpakkingscommissie, Notitie inzake (melk)verpakking en milieuverontreiniging (Den Haag 1971) 1.
  • [62] Centrale Verpakkingscommissie, Notitie inzake (melk)verpakking, 12.
  • [63] Centrale Verpakkingscommissie, Notitie inzake (melk)verpakking, 5 en 6.
  • [64] L. Nagelsmit, ‘Melkverpakking en milieuverontreiniging’, Verpakken in de zuivelindustrie (Den Haag 1975), NVC Seminar Noordwijkerhout 1975; L. Nagelsmit, Melk en Melkverpakking (Den Haag 1975), Centrale Verpakkingscommissie Zuivelindustrie.
  • [65] F. Christen en L. Nagelsmit, ‘Beter af met de fles? Eenmalige versus meermalige melkverpakking', Economische Statistische Berichten (1981) 1194-1198.
  • [66] Zwaal, Frisdraken in Nederland, 232-233.
  • [67] T. van Reen en R. ten Klooster, '25 jaar verpakken. Evolutie van een onmisbaar marketingtool', Tijdschrift voor Marketing 26 (1992) 4, 63.
  • [68] J.M. Kooijman, Verpakken van voedingsmiddelen. Een ketenbehandeling (Groningen 1996) 138.
  • [69] Lox, Verantwoorde verpakking, 130; L.G.W. van der Loo, ‘Kunststof flessen voor het verpakken van gepasteuriseerde en gesteriliseerde melk (2), "Voedingsmiddelentechnologie 1 en 2 (1970) 428-476; 472-479.
  • [70] A.E. Schouten en A.K. van der Vegt, Plastics (Overberg 1991) 266-267.
  • [71] Lox, Verantwoorde verpakking, 130; Kooijman, Verpakken van voedingsmiddelen, 141.
  • [72] T. de Vries, ‘De geschiedenis van plastic’ in M. Boot, A. von Graevenitz en H.Overduin eds., De eerste plastic eeuw. Kunststoffen in het dagelijks leven (Den Haag 1981) 15.
  • [73] In dat ontwikkelingswerk waren betrokken het Koninklijke Shell Plastics Laboratorium te Delft (selectie en testen van polymeren en hun vormgeving), de Keuringsdiensten van Waren (testen van sterkte van verpakkingsfolie bestemd voor voedingsmiddelen) en het Nederlands Instituut voor Zuivelonderzoek NIZO (organoleptische en toxicologische eigenschappen van het verpakkingsmateriaal); M. Boonstoppel, 'Polyethyleen als verpakkingsmateriaal voor melk'. Misset's 'Zuivel' 71 (1965) 42, 1077-1081.
  • [74] Boonstoppel, ‘Polyethyleen als verpakkingsmateriaal voor melk’, 1081.
  • [75] ‘Van Grieken introduceert plastic melkverpakking’, Misset’s ‘Zuivel’ 71 (1965) 40, 984-987.
  • [76] ‘De verpakking van melk in plastic’, Misset’s ‘Zuivel’ 72 (1966) 18, 388-390.
  • [77] F.J. Tempel, Verpakking (Rotterdam 1965), Rede van de heer Tempel, voorzitter van de Raad van Bestuur Unilever NV in de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders op 28 april 1965, 11.
  • [78] G. Staal, ‘Het wonder, het wantrouwen en de weerstand. De waardering van plastics’, in M. Boot, A. van Gaevenitz, F. Huygens en T. de Vries, De eerste plastic eeuw. Kunststoffen in het dagelijks leven (Den Haag 1981) 19-23.
  • [79] W.H. Weddepohl, ‘Verpakking en milieu’, Voedingsmiddelen Technologie 22 (1990) 11, 78-42.
  • [80] F.A.A. Boons, Produkten in ketens. Een institutionele analyse van de substitutie van PVC-leidingen en melkverpakkingen (Tilburg 1995) 145-148; ‘PVC op terugtocht in verpakking van voedingsmiddelen’, Consumentengids 39 (1991) 260-262.
  • [81] J. Verhoeven, ‘Nederlands Verpakkings Centrum viert jubileum. Veertig jaar interactie met de verpakkingsmarkt', Missets Pakblad 15 (1993) 14-17.
  • [82] V. Hentzepeter, ‘Actieve verpakkingen: verlengde houdbaarheid bij constante kwaliteit’, Food Management 16 (1998) 23-24.