Noten TIN20-3-H8

Van Techniek in Nederland

Ga naar: navigatie, zoek


Hoofdstuk 8 Titel

  • [1] A.W. Reinink en J.G. Vermeulen, IJskelders. Koeltechnieken van weleer (Nieuwkoop 1981) 9 en Hans Schippers, ‘Bier’, in H.W. Lintsen e.a. (eds), Geschiedenis van de techniek in de negentiende eeuw (Zutphen 1992), dl. 1 199-205.
  • [2] J.F.H. Koopman, 'De koeltechniek in Groot-Nederland', in De Ingenieur 34 (1922), 733-735
  • [3] De benodigde apparatuur kwam aanvankelijk vooral uit het buitenland. Aan het begin van de twintigste eeuw startte ook de Bossche machinefabriek Grasso met de productie van koelapparatuur, waarschijnlijk op aangeven van haar voornaamste opdrachtgever, margarinefabrikant Jurgens. Het overgrote deel van de in Nederland toegepaste koelapparatuur bleef echter uit het buitenland afkomstig. Pas tijdens de Eerste Wereldoorlog specialiseerde ook een machinefabriek in Apeldoorn zich in de fabricage van koudemachines. In het Interbellum zou het aantal Nederlandse aanbieders van dergelijke apparatuur fors toenemen.
  • [4] Jaarverslag omtrent het beheer van de Visschershaven te IJmuiden over het jaar 1903 (z.j., z.p.) 21.
  • [5] K.H. Tusenius, 'De N.V. Vereenigde IJsfabrieken en het koelhuis Frigo te IJmuiden', in De Ingenieur, 43 (1931) A.193.
  • [6] Gebaseerd op informatie onder de kopjes 'ijsvoorziening' in Jaarverslag omtrent de Visschershaven en de visserij te IJmuiden', 1902-1930. In 1915 voerde een zestal stoom­boten in juli, augustus, september en oktober in totaal 3.822.000 kg ijs aan, terwijl in de haven te IJmuiden van dat totaal 75.929.000 kg ijs werd verbruikt. Jaarverslag Visschershaven 1915 ('s-Gravenhage 1917) 49.
  • [7] Koeltechniek, 6 (1933) 4; De Nederlandse ijsfabrikanten deden ter vergeefs een beroep van de minister van Economische Zaken om stappen te ondernemen tegen deze concurrentie.
  • [8] De afname door particulieren van dergelijk ijs geschie­dde tot in de jaren zestig. Een oud-inwoner van Schiedam herinnerde zich dat het op warme weekenden in de zomer bij de plaatselijke ijsfabriek een komen en gaan was van men­sen die ijs kwamen halen, bijvoorbeeld om frisdranken koel te houden. 'Allemaal hadden ze zo'n half broodje onder de snelbinders: (Mondelinge mededeling aan auteur door Hans Schippers, 18 februari 1999.) In sommige gevallen werd de ijsproductie belangrijker dan de oorspronkelijke hoofdactiviteit. In 1930 leverde de ijsfabricage van het Utrechtse abattoir tweemaal zoveel inkomsten op als de verhuur van de koelruimten; de brouwerij Anton Coolen in Eindhoven staakte in de jaren vijftig het brouwen van bier en zette de onderneming voort als ijsfabriek.
  • [9] De Nederlandse vereniging werd gesticht als reactie op de oprichting van een internationale vereniging in Parijs in 1908.
  • [10] Algemeen Rijks Archief (ARA), Ministerie van Landbouw (MvL), Hoofdinspectie der Visserijen (HldV) 1910-1924/2.11.12 - map 229, schrijven van het bestuur van de Nederlandsche Vereeniging voor Koeltechniek aan de heer J.M. Bottemanne, Inspecteur voor de Visscherij, 12 april 1910.
  • [11] In de commissie hadden zitting: naast J.M. Bottemanne (Rijksinspecteur voor de Visscherij), dr. J. Boeke, E.H. Hymans (voorzitter van de Vereeniging van Reeders te IJmuiden), dr. D.A. de Jong (buitengewoon hoogleraar en directeur van het gemeentelijk abattoir te Leiden), J.P. van Lonkhuyzen (secretaris van de afdeling zoetwatervisscherij van de Heidemaatschappij), I.C. Slis (voorzitter van de Vereeniging van Vischhandel te IJmuiden), C.J. Vattier Kraane (directeur van de NV Vriesseveem te Amsterdam).
  • [12] Terwijl in 1912 52.400.700 kg vis vanuit IJmuiden verzonden werd, was dit in 1916 102.000.500, praktisch een verdubbeling. In 1916 was de gemiddelde opbrengst per kg vis twee en half maal zo hoog als in 1912. In dit laatste jaar werd in de rijksvisafslag voor bijna zeven miljoen gulden vis verkocht, in 1916 voor 36,6 miljoen gulden.
  • [13] Vooral gebaseerd op: 'A.J.A. Ottesen', in Koeltechniek 7 (1936) 97-98.
  • [14] ARA; MvL-HIdV-2.11.12/map 229. Schrijven van het bestuur van de Nederlandsche Vereeniging voor Koeltechniek aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, 7 November 1916, 3.
  • [15] Conserveering van Visch door Kunstmatige Koude, (’s Gravenhage, 1919) 45.
  • [16] Conserveering van Visch door Kunstmatige Koude, 61-62.
  • [17] ARA; MvL-RIdV-2.11.12/map 229. Schrijven van de maatschappij Vianda aan J.M. Bottemanne, 14 mei 1918.
  • [18] ARA; MvL-HIdV-2.11.12/map 229. Schrijven van de 'Afdeling Crisiszaken en Volksvoeding' van het Ministerie van Landbouw, Nijverheid en Handel aan Bottemanne, 14 mei 1918. De opdracht aan Bottemanne in het voorjaar van 1918 om de rechten op het octrooi te verwerven, was afkomstig van deze 'Afdeling'.
  • [19] ARA, MvL-HIdV, 2.11.12/ map 229. Schrijven van de Vereeniging van reeders van visscherijvaartuigen IJmuiden aan J.M. Bottemanne, 16 april 1920.
  • [20] ARA; M.v.L.-HIdV; 2.11.12/map 229. Schrijven van de Stoomvaart-Maatschappij aan J.M. Bottemanne, 6 december 1923.
  • [21] ARA, MvL-HIdV; 2.11.12/map 229. Schrijven van E. Bruins te Bandoeng aan de minister van Koloniën, 17 september 1922.
  • [22] ARA, MvL-HIdV; 2.11.12/map 229. Schrijven van J.M. Bottemanne aan de minister van Koloniën, 15 december 1922.
  • [23] Net als trouwens vriesinstallaties aan boord van vissersschepen ontbraken. Zie ook: K.H. Tusenius 'Bevroren visch', in: Koeltechniek 8 (1937) 15-16.
  • [24] ARA; MvL-RIdV; 2.11.12 /137. Rapport uitgebracht door de commissie inzake het conser­veeren van visch, oktober 1937, 94.
  • [25] Pas in de na-oorlogse periode zou de Nederlandse vissersvloot van koelapparatuur worden voorzien.
  • [26] ARA; MvL-HIdV; 2.11.12/map 229. Schrijven van de Minister van Binnenlandse Zaken en Landbouw aan de Voorzitter van de Tweede Kamercommissie voor de Staatsuitgaven, 19 februari 1924.
  • [27] Bij deze methode werd het te bevriezen zeer snel afgekoeld door aanraking met warmte onttrekkende platen aan beide zijden. Bij toepassing van de methode werd het levensmiddel tot -20 graden C. bevroren in tegenstelling tot de aloude methode van bevriezing pekel, waarbij het tot een temperatuur van -8 °C werd afgekoeld.
  • [28] A.G.U. Hindebrandt, 'De economische betekenis van Nederlandsche zeevisscherij', in: Economisch-Statische Berichten 26 (1941) 580-583.
  • [29] Natuur en techniek, 1 (1931), 73.
  • [30] Iglo-archief, Utrecht; A.W.J.W. Braams, Het ontstaan van de diepvriesindustrie in Nederland, 1.
  • [31] H.J. Onnes, ’De snelvriesindustrie in de Verenigde Staten’, in: Economisch-Statistische Berichten 26 (1941) 304.
  • [32] Iglo-archief; Braams, Het ontstaan van de diepvriesindustrie in Nederland, 1.
  • [33] Unilever Historisch Archief (verder UHA) - HA 82 161. Case History Vita, 1.
  • [34] Iglo-archief, Braams, Het ontstaan van de diepvriesindustrie in Nederland, 1; het uit Argentinië afkomstige vlees werd in pekel bevroren, dat de nieuwe producten op geheel andere wijze -met platenvriezers- ingevroren waren, deed aan deze associatie niets af.
  • [35] T. van Hiele, '"Snelvriezen" van tuinbouwproducten', in: Voeding 1 (1940), 174.
  • [36] Zoals eerder beschreven nam in de jaren twintig de Stoomvaart Maatschappij Nederland volgens het procédé-Ottesen bevroren vis af en transporteerde deze naar Nederlandsch Indië.
  • [37] UHA - HA 82 161. 'Case History Vita', 1959.
  • [38] Van Hiele, Snelvriezen, 174.
  • [39] Van Hiele, Snelvriezen, 174.
  • [40] ­ARA;MvL-Directie van de Tuinbouw (verder DvdT);2.11.04/214. ’De snelvriesindustrie in Nederland', 1947.
  • [41] H.J. Teuteberg, ’History of cooling and freezing techniques and their impact on nutrition in twentieth century Germany, in A.P. den Hartog (ed.) Food technology, science and marketing: european diet in the twentieth century (East Lothian 1995) 60 en H.D. Lindner, De economie van het Derde Rijk. 1933-1945; een overzicht (ongepubliceerde doctoraalscriptie, Erasmus Universiteit, Rotterdam. 1983, studierichting geschiedenis) 21-22.
  • [42] H.J. Onnes, 'De snelvriesconservenindustrie in Duitschland’, Economisch-Statische Berichten jrg. (1941) 319-321.
  • [43] UHA - HA 82 156. 'Overzicht diepvriesindustrie', mei 1946.
  • [44] UHA – DIR 16 297.3 'Overzicht diepvriesindustrie'.
  • [45] J.L. de Jager, Arm en rijk kunnen bij mij inkopen doen. De geschiedenis van Albert Heijn en koninklijke Ahold (Baarn 1995), 91. Voordat de Duitsers alle diepvries voor zich opeisten, verkocht Albert Heijn (vanaf 1941) in drie door Unilever geleverde diepvrieskisten diep gevroren groenten en fruit.
  • [46] ARA;MvL-DvdT/2.11.04 /map 214. Schrijven van H.J. Onnes aan A.W. van den Plassche, 16 augustus 1946.
  • [47] ARA/MvL/DvdT/2.11.04 /map 214. Schrijven van H.J. Onnes aan A.W. van den Plassche, 16 augustus 1946, 2.
  • [48] UHA – HA 0771. Maandrapporten mei, juni, juli en augustus 1944.
  • [49] ARA; MvL-DvdT; 2.11.04/map 138. Verslag van de werkzaamheden over het derde kwartaal 1941 van de Rijkstuinbouwconsulent, belast met koelaangelegenheden te Wageningen, 3.
  • [50] ARA; MvL-DvdT; 2.11.04/map 138. Verslag van de werkzaamheden over het eerste kwartaal 1943 van de Rijkstuinbouwconsulent, belast met koelaangelegenheden te Wageningen.
  • [51] J. Faber, Notitie jamfabrieken (ongepubliceerd manuscript, z.p. 1998) 14.
  • [52] Nederlands Instituut voor Oorlogs Documentatie (NIOD); Kwartaalverslagen Central Auftrag Stelle 1940-1944. Veel verslagen van de Central Auftrag Stelle rubriceren de levensmiddelenindustrie onder het kopje 'overig'.
  • [53] ARA; MvL-DvdT;2.11.04/ T 138 A. Schrijven van de minister van Landbouw aan de Directeur-Generaal van de voedselvoorziening, 2 april 1946.
  • [54] Veel minder bezwaarlijk was het dat minder dan een zeer gering deel van de huishoudens, 10%, beschikte over een koelkast met vriesvak. Wel diende de consument aangeschafte diepvriesproducten in geval van het ontbreken van een vrieselement thuis vrij snel na aanschaf te consumeren.
  • [55] ARA; MvL-DvdT; 2.11.04/ T 138 A ‘Nota voor den Economische Raad', 1 april 1946.
  • [56] UHA, HA 82 156, Rapport, betreffende bezoek aan Proco-kasthouders, mei 1947.
  • [57] UHA - HA 82 156 B. Kopie van schrijven van dhr. Andriessen aan Proco, juni 1947.
  • [58] UHA- HA 82 156, 'Aan de verkopers van "Birds-Eye" artikelen', oktober 1947.
  • [59] UHA - HA 82 156. Octrooiaanvrage Proco, 24 september 1946.
  • [60] Vita bereidde zowel Hollandse stamppotten als Nasi en Bami Goreng.
  • [61] UHA - HA 82 156. Interne berichten Museumpark, 3 en 30 juni 1948, 2.
  • [62] UHA - HA 82 156, Interne berichten Museumpark, 17 januari 1949.
  • [63] UHA - HA 140.0456.15 'Overname van alle aandelen der N.V. Producta', Utrecht, 2.
  • [64] UHA - HA 305 305.10, Samenvatting van een bespreking op 24 januari 1968 ten kantore van Iglo N.V.
  • [65] Jaarverslag Vita en Winterzon 1952/1953, 2.
  • [66] Onder andere gebaseerd op diverse jaarverslagen van Vita en Winterzon uit de jaren vijftig.
  • [67] H. Baudet, Een vertrouwde wereld. 100 jaar innovatie in Nederland (Amsterdam 1986), 89.
  • [68] CBS, Statisch zakboekje 1982 (’s Gravenhage 1982) 301.
  • [69] Gebaseerd op J.L. de Jager, Arm en rijk, 196-201, H. Baudet, Een vertrouwde wereld. 89 en J. Jobse-Van Putten, Van pekelvat tot diepvrieskist (Amsterdam 1989) 451-452.
  • [70] Het verband tussen flatbouw en koelkasten lijkt duidelijk. De architect J. Duiker lanceerde al in 1930 in zijn futuristische brochure Hoogbouw plannen voor collectieve pekelinstallaties ten bate van de bewoners. J. Duiker, Hoogbouw (1930). Herdruk met een nawoord van Manfred Bock (Amsterdam 1981).
  • [71] Libelle, 26 (1962), 62.
  • [72] Zo waren er in 1957 in Nederland 85 centra met diepvrieskluizen te vinden, een jaar later waren dit er al 150. Koeltechniek mededelingen van de Nederlandse vereniging voor koeltechniek 51 (1958), 149.
  • [73] Dit patroon was niet nieuw. In de periode 1910-1940 toen veel slagers en poeliers nog niet over een eigen vriesruimten beschikten, huurden ze deze ook bij een vrieshuis. De vrieshuizen Oost-Indië in Amsterdam en Gabak in Rotterdam van het Blaauwhoedenveem-Vriesseveem werden in de jaren twintig en dertig op een dergelijke manier geëxploiteerd.
  • [74] UHA - HA 305.10, Samenvatting van een bespreking op 24 januari 1968 ten kantore van Iglo N.V., 3.
  • [75] UHA - HA 305.10, Samenvatting van een bespreking op 24 januari 1968 ten kantore van Iglo N.V., 9.