Patates frites

Van Techniek in Nederland

Ga naar: navigatie, zoek

Patates frites als oplossing [21]

In 1955 veroorzaakte de jaarlijks stijgende productie van consumptieaardappelen, terwijl de binnenlandse consumptie van aardappelen daalde, voor een aardappeloverschot in Nederland. Om de afzet van aardappels veilig te stellen, startte een dertigtal aardappelboeren in Hummelo en Keppel (de Achterhoek) in 1962 met de verwerking van consumptieaardappelen tot gesneden, voorgebakken en verpakte patates-frites in de Aardappel Verwerkende Industrie Keppel en Omstreken, ofwel Aviko.

Het consumeren van warme en koude snacks is een niet meer te stuiten trend.

De productie van gesneden, voorgebakken en verpakte patates frites voor derden was niet nieuw. De ‘Fritesspecialist’ in Venlo was reeds in de jaren vijftig deze weg ingeslagen. Het nieuwe aan de aanpak van Aviko was de industriële productiewijze, de bedrijfseconomische integratie van grondstoffen (aardappelen), leveranciers (boeren) en industriële productie - boeren waren ook bedrijfseigenaren - en de distributie van het industrieel vervaardigde product.

De start van een dergelijke fabriek was niet zonder risico aangezien een distributiesysteem voor patates frites ontbrak. Verpakte voorgebakken patates frites waren op dat moment dan ook nog niet te koop in levensmiddelenwinkels.


Koel- en vriesketens

Vertegenwoordigers van Aviko reisden naar de Verenigde Staten om te bestuderen hoe patates fritesbedrijven hun distributie organiseerden. De Amerikaanse fabrieken leverden patates frites in kleinverpakking aan supermarktketens. Op basis van die Amerikaanse reis concludeerde de Aviko-directie dat distributie via de levensmiddelenhandel, met name via de toentertijd tot ontwikkeling komende zelfbedieningswinkels, pas succesvol zou kunnen zijn wanneer de fabrieken gebruik zouden kunnen maken van koel-en-vriesketens van producent tot consument. Dergelijke koelketens waren in Nederland op dat moment nog slechts spaarzaam aanwezig; in 1960 beschikte bijvoorbeeld slechts 10% van de Nederlandse huishoudens over een koelkast.

Om deze reden leverde Aviko in eerste instantie vooral diepgevroren patates frites in groot- en kleinverpakking aan hotels, restaurants, cafés, cafetaria’s en snackbars. Aviko had op deze markt concurrentie van de ‘Fritesspecialist’ en talrijke in de jaren zestig ontstane kleine patates fritesbedrijven als Busser Frites uit Apeldoorn en Fritex uit Enschede. In de loop van de jaren zestig ontstond er toch een markt van diepgevroren voorgebakken patates frites in kleinverpakking door de verkoop in zelfbedieningswinkels en supermarkten, waarbij gebruik werd gemaakt van de binnen de detailhandel aanwezige koelapparatuur.[22]


Aanzet tot een andere eetcultuur buitenshuis en binnenshuis

De ontwikkeling van de automatiek en snacks, die van consumptie-ijs en die van de fabrieksmatige productie van patates frites droegen ieder op zich bij tot de cultuur van het uit de muur eten in Nederland. Deze cultuur werd in Nederland een zodanig succes, dat snacks nu zelfs als synoniemen worden gebruikt voor ‘muur-producten’ als kroketten en frikadellen.

De cultuur van het eten uit de muur droeg in belangrijke mate bij aan de toename van het buitenshuis eten in de jaren zestig en zeventig. Het eten uit de muur maakte het publiek rijp voor het fastfoodrestaurant zoals dat vanaf de jaren zestig opkwam.

Het eten uit de muur beïnvloedde ook de eetgewoonten en maaltijdpatronen binnenshuis. Met het toenemende aanbod van industrieel geproduceerde en diepgevroren supermarktsnacks vanaf de jaren zeventig nam de thuisbereiding en -consumptie toe van traditionele muursnacks. Cafetaria’s fungeerden als testmarkten in de ontwikkelingsgang van snacks voor de thuismarkt. ‘Muursnacks’ waren wegbereiders voor nieuwe ‘thuissnacks’ als aardappelchips, die in toenemende mate werden geconsumeerd als aanvulling op de traditionele (drie) hoofdmaaltijden of zelfs als vervanging van een dergelijke maaltijd.