Verpakking van levensmiddelen

Van Techniek in Nederland

Ga naar: navigatie, zoek

Aan het eind van de twintigste eeuw is het overgrote deel van de voedingsmiddelen verpakt te koop. Verpakking vergemakkelijkt het vervoeren van voedingsmiddelen en het presenteren en bewaren op de schappen in de supermarkt, het stapelen in de boodschappenkar, het vervoeren in de auto en het thuis opbergen in de (koel)kast.


Secundaire verpakking: van productieplaatsen naar verkooppunten

Rond 1890 waren verpakte voedingsmiddelen eerder uitzondering dan regel. Marktkooplieden en kruideniers wogen producten los af en deden deze vervolgens in door hun klanten meegebrachte kannen, kroezen of kruiken. Verpakking speelde vooral een rol bij het (bulk)vervoer van productieplaatsen naar markten en andere verkoopplaatsen. Hiervoor gebruikte verpakkingsmiddelen waren jute zakken, kruiken, vaten, tenen manden, houten kisten en aardewerk. Vloeibare voedingsmiddelen als spijsoliën werden verpakt in kruiken en vaten.

Het verpakken van voedingsmiddelen was in de eerste helft van de twintigste eeuw handwerk, wat meestal door vrouwen werd gedaan.


Primaire verpakking, bedoeld voor de eindgebruiker

Met de opkomst van de gemechaniseerde voedingsmiddelenindustrie aan het einde van de negentiende eeuw werd verpakking steeds meer een geïntegreerd onderdeel van het productieproces. Nieuwe verpakkingsmaterialen als glas en blik deden hun intrede, naast machines om blikken, glazen potjes, papieren zakjes en kartonnen dozen te maken, alsmede doseermachines en machines om verpakking af te sluiten. In dit hoofdstuk richten we ons vooral op de primaire verpakking, bedoeld voor direct gebruik door de eindgebruiker. Slechts zijdelings zullen we ingaan op secundaire verpakking voor vervoer of tussentijdse opslag van voedingsmiddelen.


Merkartikelen

De opkomst van de merkartikelen speelde een belangrijke rol bij de toenemende toepassing van verpakkingen. Merken stelden fabrikanten in staat met behulp van duidelijk herkenbare naam, vormgeving en ondersteunende reclame hun producten van andere te onderscheiden. Pioniers op dit vlak waren enerzijds fabrikanten en handelaren van relatief dure en luxe producten als koffie, thee, cacao, chocolade, biscuit en beschuit, die zich richtten op een koopkrachtig publiek, en anderzijds fabrikanten van nieuwe massaproducten - meestal vervangingsmiddelen of surrogaten zoals margarine - die hun best moesten doen om hun producten maatschappelijk geaccepteerd te krijgen. Merknaam en verpakking met een eigen logo waren middelen die ze hierbij inzetten.[1]

Nestlé, met als logo een vogelnestje, ontstond in 1868 met het op de markt brengen van verpakt kindermeel in het Zwiterse Vevey.[2] Verkade, met als logo een ruiter met trompet, dateert uit 1889 en werd geïntroduceerd voor de verkoop van fabrieksmatig geproduceerd beschuit.[3]

Ondanks dat de losse verkoop van koffie en thee tot in de jaren twintig belangrijker bleef dan de verkoop van verpakte artikelen, verbonden koffie- en theefabrikanten al in een vroeg stadium hun verpakte artikelen aan duidelijk herkenbare merken. Ze vergrootten de bekendheid van hun merken door het plaatsen van advertenties in tijdschriften en het aanbrengen van emaille reclameborden in straten. Op deze borden waren vaak afbeeldingen van verpakkingen te zien. Driessen Cacao beeldde in 1910 al een cacaoblikje af, terwijl de platen van de Droste-verpleegster met een cacaoblikje een grote bekendheid genoten.[4]


Hygiënische redenen minder relevant door opkomst zelfbediening

De ontwikkeling en toepassing van verpakkingen voor voedingsmiddelen evolueerde van een deelaspect tot een geïntegreerd deel van de voedselketen, onlosmakelijk verbonden met de voeding en de voedselbereiding. Aan het begin van de twintigste eeuw werd verpakking vooral om hygiënische redenen toegepast en gepropageerd door artsen, hygiënisten en keuringsdiensten van waren vanuit het gezichtspunt van de volksgezondheid.

Als gevolg van technologische ontwikkelingen in de voedingsmiddelenindustrie en de verlenging van de voedselketen werd verpakking geleidelijk een geïntegreerd onderdeel van de moderne industriële voedselproductie. Nauw verbonden met de ontwikkeling van verpakking was de opkomst en de rol die het merkartikel ging vervullen in de industriële voedselketen. De oorspronkelijke utiliteitsfunctie van verpakking, het veilig kunnen bewaren van voedsel, raakte voor de consument op de achtergrond onder invloed van de uitstraling van reclame en de vorm van de verpakking.

De opkomst van de zelfbediening veranderde de rol van verpakking fundamenteel. Met name na 1960 was verpakking niet meer alleen een technische productieaangelegenheid, maar een middel om producten zichzelf te laten verkopen zonder de directe tussenkomst en het advies van de deskundige (en soms bemoeizuchtige) winkelier.

Verpakking was altijd een onderwerp in de directe levenssfeer van consumenten. Ook in de eerste helft van de twintigste eeuw klaagden huisvrouwen over onvoldoende informatie op de verpakking over zaken als gewicht of inhoud. Het openen van glazen en blikken verpakkingen was een ander punt van zorg. Het verschijnsel van verpakking als zodanig ondervond echter nauwelijks kritiek. Bij de vormgeving van nieuwe verpakkingen, hun gebruik en hun gebruikers ‘bemiddelden’ overheden, consumenten- en producentenorganisaties. De geschiedenis van de melkfles en het melkpak vormt een goede illustratie hiervan.


Dunnere en lichtere verpakkingen

In de jaren zeventig werd dit beeld complexer op het moment dat ook andere maatschappelijke factoren en actoren een rol begonnen te spelen bij het ontwerp- en gebruiksproces van verpakkingen. Verpakking, en met name de eenmalige verpakking, werd in toenemende mate geproblematiseerd door milieu- en consumentenorganisaties uit bezorgdheid over de mogelijke schadelijke gevolgen voor gezondheid en milieu.

Dit maatschappelijke ongenoegen leidde tot een ontwerpproces waarin vele actoren - al dan niet bewust en opzettelijk - een rol speelden. Dit resulteerde in de jaren tachtig en negentig in dunnere en lichtere verpakkingen waarin schadelijke stoffen en schaarse grondstoffen verder werden gereduceerd.