Zelfbediening als innovatieknooppunt

Van Techniek in Nederland

Ga naar: navigatie, zoek
Zelfbediening als innovatieknooppunt.


De eerste zelfbedieningswinkel in Nederland opende in 1947 zijn deuren. Het zelfbedieningssysteem kan worden gezien als een innovatieknooppunt dat overdekt raakte met nieuwe technieken. De nieuwe problemen en mogelijkheden die hieruit ontstonden, leidden op hun beurt weer tot verdere technische ontwikkelingen. Enkele terreinen waarop technische ontwikkelingen plaatsvonden die te maken hebben met de opkomst van de zelfbediening en de supermarkt, zijn:


•Innovaties in het verpakken (zie rode vlakken): Het uitstallen van producten betekende dat alle producten voorverpakt dienden te zijn. Dit ontketende innovaties in zowel verpakkingsmateriaal, zoals plastics en vacuümverpakkingen, als in verpakkingsmachines, waarbij de machinale verpakking zelfs gekoeld kon plaatsvinden indien het product het vereiste.


•Innovaties in de winkel (zie groene vlakken): Het zelfbedieningssysteem vereiste een reorganisatie van de winkel. Schappen voor de uitstalling van producten vervingen de toonbank en centrale kassa’s moesten de doorloop bij het afrekenen bevorderen. Daarnaast vereiste het voorverpakken dat alle producten afzonderlijk van een prijskaartje werden voorzien.

In de jaren zeventig werd in het verlengde hiervan de zogenaamde ‘streepjescode’ ingevoerd, die het afrekenen aan de kassa automatiseerde. Deze streepjescode maakte het noodzakelijk om zelfs alle ‘losse’ artikelen, zoals verse groenten en fruit, te verpakken om ze vervolgens van een etiket met streepjescode te kunnen voorzien. Daartoe plaatsten detaillisten apparaten in de winkel die, na weging van de waren, keurig het juiste etiket met bijbehorende streepjescode leverden. Deze apparaten pasten helemaal bij de idee van zelfbediening: de klant kon de waren namelijk zelf wegen en voorzien van een etiket met streepjescode. Om gekoelde en bevroren producten aan te kunnen bieden, waren koel- en vriesinstallaties in de winkel vereist.


•Innovaties in het interne transport (zie bruine vlakken): De hele reorganisatie van de verkoop bracht innovaties in het interne transport van goederen met zich mee: het winkelmandje of -wagentje voor het vervoer van boodschappen door de consument in de winkel, (vork-)heftrucks voor het vervoer van goederen in bijvoorbeeld magazijnen, liften van en naar magazijnen en al dan niet gekoelde lopende banden van en naar magazijnen en als onderdeel van de kassa’s.


•Innovaties in het externe transport (zie blauwe vlakken): Het externe transport diende eveneens te worden uitgebreid en aangepast. Zo vereisten locaties buiten stadscentra dat de consument in het bezit van een auto was. Naast grootschaliger faciliteiten voor het transport van goederen naar winkels, was gekoeld of bevroren transport (zie blauwe kolom: de koelketen) noodzakelijk voor het behoud van de kwaliteit van gekoelde verse of diepvriesproducten (zie oranje kolom). Vaak werden deze producten ook gekoeld verpakt (zie rode kolom).

Eenmaal aangekomen bij de winkel dienden deze producten nog steeds voortdurend te worden gekoeld. Zo werden gekoelde lopende banden ingezet voor het transport naar en van magazijnen (zie bruine kolom) en bezaten winkels soms koelcellen ter grootte van een kamer, waar producten werden bewerkt en/of verpakt voor de uitstalling in de koelvitrines en vriesinstallaties in de winkel zelf (zie groene kolom).

Consumenten konden voor deze producten in de winkel vaak speciale tassen aanschaffen, zodat de juiste temperatuur behouden bleef, ongeacht de duur van het winkelen. Deze koelketen eindigde bij de koelkast (met vriesvak), een innovatie die de consument in staat stelde de producten thuis gekoeld of eventueel bevroren te bewaren (zie blauwe kolom). De koelketen vormt het meest frappante voorbeeld van de ‘hightech-logistiek’ die zo typerend is voor de twintigste eeew.